donderdag 17 september 2020

Het 4us deel 2 De goudsbloem

Hallo fans
Ik heb er niet van kunnen slapen.
Zo spannend met die zwarte Kroelio.
Hoe gaat dit aflopen



De goudsbloem


"Loop jij maar voorop", wijst Linky
"Lekker hapje weet de weg...haha...", lacht Linky.
Linky


Ze gaan op weg.
"Hij die altijd honger heeft...heeft alweer honger.Is het nog ver...lekker hapje?"vraagt de zwarte Kroelio. Mo stopt en draait om.
"Eeeu...ik weet de weg hier niet zo goed.En het is stikdonker. Het kan nog wel even duren". ,zegt Mo. 
"Hmmm...opschieten lekker hapje". Linky kijkt Mo verlekkert aan.
"Als we er zijn...heeft hij die honger heeft...een heleboel hapjes om op te eten...smikkelen en smullen...Hmmm", zegt Linky. Oei oei, denkt Mo. Dat is niet de bedoeling. Opeens rent Mo recht op Linky af. Hij geeft Linky een kopstoot. Linky valt om. Mo rent zo het Donkere Bos in.Hij kijkt niet om. Mo heeft nu drie bulten op zijn kop
Mo de Kroelio

Linky is opgestaan. Hij gaat achter Mo aan. 
"Lekker hapje...waar ben je?...ik zie je wel...haha", krijst de zwarte Kroelio. Mo hoort Linky steeds dichterbij komen. Mo weet niet meer welke kant hij op moet. Dan stormt hij een donker pad in. Wat is dat daar in de verte? Mo staat ineens stil.
Er brandt een lichtje. Opeens herkent Mo het hutje. Daar woont de Hork. Mo duikt achter een donker wolkenbosje.
"RGgg...Rgg...Rillo", hoort Mo. Hij weet wie dat is...de Hork. De Hork staat voor zijn hutje. Dan komt Linky de bocht om rennen. Hij ziet de Hork. Linky denkt dat de Hork Mo is. Hij holt regelrecht op de Hork af. 
"Hallo lekker ding...hier is Linky", roept Linky. De Hork draait zich naar Linky toe.
"RGGGG...Hmmm?"mompelt de Hork. Linky staat stil voor de Hork.
"Hij die altijd honger heeft...zegt...jij geen lekker hapje", fluistert Linky. Hij draait zich om. De zwarte Kroelio maakt dat ie wegkomt. 
"RGGGG...LIORGGG", krijst de Hork ineens. Hij holt achter Linky aan. Dan wordt alles weer stil. Mo durft voorzichtig achter het wolkenbosje uit te komen. Ja,ze zijn weg. Mo gaat verder op zoek naar de Wolkbreuk. Hij wil graag naar huis.

Mo is het Donkere Bos uit. In de verte ziet hij de boom van de Dwarrels. Hij is bijna bij de Wolkbreuk. Zijn voorpoot voelt een beetje raar aan. Mo kijkt naar zijn voorpoot. Hij schrikt zich een hoedje. Zijn voorpoot is helemaal...zwart.
"O jee...o jee. Nou wordt ik ook helemaal zwart. O jee...o jee", jammert Mo. Hij zet het op een lopen naar de Wolkbreuk. Mo rent zo door de Wolkbreuk heen. Hij is op de Oranje Vlakte. Maar Mo heeft zo hard gelopen dat hij erg moe is geworden.Hij gaat tegen een oranje wolkenboom zitten. Boven in de boom zit een oranje bol. Langzaam doet de bol zijn ogen open. Hij kijkt eens naar beneden. Daar ziet hij Mo zitten.
"Hee een lanterfanter...
O nee een geel ding gevlekt als een panter...", zegt de bol.Mo doet een oog open.
Hij kijkt naar boven.
"Aah Foudraal...ben ik blij dat ik jou zie. Ik wordt langzaam zwart en ik weet niet wat ik moet doen", zucht Mo.

Foudraal antwoordt:
"Het zwarte 4us heeft je te pakken...
Ga niet neer zitten bij de pakken...
Zoek in het Nevelwoud...
Naar de bloem van goud...
En eet hem op...
Van steel tot top...
Bij het zwevend dorp...
Zal de bloem zijn...
Niet zo groot maar wel zo klein...
Ga nu snel erheen...
Anders wordt je hart een zwarte steen...".

Langzaam staat Mo op. 
"Bedankt Foudraal", zegt Mo. Hij begint weer te rennen. Zijn andere voorpoot en zijn neus zijn nu ook zwart.
Foudraal kijkt Mo na. Zijn ogen gaan langzaam weer dicht. Mo rent nu langs de Hoge Wolkenbergen. De Motjes die hem zien maken dat ze wegkomen. Zo bang zijn ze van een bijna zwarte Kroelio.
De Motjes

Mo holt verder langs de Wolkenfabriek naar het Hemelse Plein.  Op het plein staan Roezje en Valencio te praten. 
"Heb je nu alle zoentjes en kusjes van de hele wereld?", vraagt Roezje aan Valencio.
"Ik denk van niet. Er komen steeds nieuwe bij", antwoordt Valencio. Dan zien ze Mo het plein oprennen.
"Wat is dat voor iets? ", wijst Roezje.  De twee Kroelioos vliegen op Mo af. Mo valt op de grond...zo moe is hij. Valencio en Roezje springen bovenop hem.
Roezje






"Wie ben jij?...Wat kom je hier doen", sist Roezje. 
"Ik...ik ben het...lekker hapje...Mo", kreunt Mo. Valencio en Roezje kijken elkaar aan.
Valencio

"Jij bent Mo niet.Die is geel", snauwt Roezje.
"GA VAN ME AF...Of ik ga bijten", snauwt Mo terug. 
"Hij klinkt wel als Mo. Alleen niet zo aardig", zegt Valencio. Roezje krabt eens achter zijn oren.Hij weet niet wat te doen.
"Alsjeblieft...help mij", jammert Mo. De twee Kroelioos gaan van Mo af. Ze helpen Mo opstaan. De achterpoten van Mo zijn ook al zwart. Mo vertelt Valencio en Roezje wat er is gebeurt. De drie Kroelioos zetten het op een lopen. Naar de Nevelwouden.

Ze hollen alle drie langs het huisje van Klad. Klad is zo te zien niet thuis. Ze rennen en hollen nog even verder. Dan...valt Mo doodmoe op de grond.
"Kom Mo doorlopen. Zo vinden we het zwevend dorpje Tutjebol nooit",zegt Valencio. 
"Ik weet...het...zo moe...van 4us...lekker hapje", mompelt Mo. Roezje kijkt Valencio aan.
"Wat zegt ie?"vraagt Roezje. Ineens springt Mo op. 
"IK ZEG...DAT JULLIE NIKS WETEN...ik ga jullie bijten", gilt Mo. Hij rent op Valencio en Roezje af. De twee Kroelioos pakken Mo vast. Ze vallen met zijn drieën op de wolkengrond. De drie Kroelioos rollen over elkaar heen. 
"Tutter de tutter de tut...", klinkt een stem. Daar staat heer Tut van de Toren. De drie Kroelioos stoppen met vechten. Mo staat op. Valencio en Roezje staan ook op. Ze pakken Mo vlug vast. 
"Tutter de tut...wat is hier aan de hand...tut", vraagt heer Tut.
"Hallo...lekker hapje...ik bedoel heer Tut", stamelt Mo. Tut van de Toren kijkt Mo raar aan.
"Ik ben het...Mo", zegt Mo weer. 
Heet Tut van de Toren

"Kan niet...Tut...Mo is geel niet zwart...Tutter", tuttert Tut.
"Toch is het Mo.Maar dan zwart", zegt Roezje.
"Help me dan toch...stom tutding. Breng mij naar de goudsbloem...voordat ik helemaal zwart ben", snauwt Mo. Heer Tut van de Toren deinst terug. Hij is een beetje bang geworden van Mo. "We moeten hem snel helpen. Hij wordt steeds kwaadaardiger", zegt Valencio tegen Tut.
"Kom maar...tutter...mee dan...Tut", wenkt heer Tut. Valencio en Roezje slepen Mo mee. Ze volgen Tut op de voet. Even later komen ze op een open plek in de Nevelwouden. Daar hangt het zwevend dorpje Tutjebol. Hier wonen de Tutters. Heer Tut van de Toren loopt naar de achterkant van het dorpje. Daar groeit een klein geel gouden bloempje. De Goudsbloem. Mo wordt naar het bloempje gesleurd.
"Nou Mo hier is de Goudsbloem. Eet hem maar gauw op", zegt Roezje. Maar Mo doet zijn mond niet open. Boos kijkt hij Roezje aan.
"Tutterdetut...waarom wil hij nu niet meer?"vraagt Tut. De andere twee Kroelioos halen hun schouders op. Ze weten het ook niet. Roezje pakt Mo vast en gooit hem op de grond. Valencio gaat vlug op Mo zitten.
"Als jij de bloem plukt, dan knijp ik zijn neus dicht. Dan moet ie zijn mond wel opendoen.Dan stop jij gauw de Goudsbloem in zijn mond", roept Valencio. Zo gezegd zo gedaan. Met veel moeite stoppen ze de bloem bij Mo in zijn mond. Nu wil Mo de bloem weer niet doorslikken. Weer houden Valencio Roezje en Tut de neus en mond van Mo dicht. Boos kijkt Mo het drietal aan. Hij kan niet anders dan de bloem doorslikken.

De neus van Mo begint weer geel te worden.Even later is Mo weer helemaal geel. De twee andere Kroelioos durven hem nu wel weer los te laten. Mo blijft languit op de wolkengrond liggen. Valencio en Roezje bedanken heer Tut van de Toren voor zijn hulp. Tut gaat naar het zwevend dorp Tutjebol. Hij kijkt nog een beetje bang naar Mo. Dan is hij verdwenen. Mo gaat rechtop zitten Hij kijkt de andere twee Kroelioos aan.
"Pfffoe...wat ben ik blij jullie te zien", zucht Mo.
"Wij zijn ook blij de oude Mo weer te zien", zegt Roezje. Valencio knikt van ja.
"Hoe kom jij nu zo zwart?"vraagt Valencio. Mo staat op.
"Dat zal ik jullie vertellen...als we onderweg zijn naar huis", puft Mo.
Dat vinden Valencio en Roezje een goed idee. Ze pakken Mo allebei aan een kant vast en lopen zo verder. Terug naar het Hemelse Plein.


Gelukkig
Het is toch nog goed afgelopen.
Mo zal voorlopig niks meer gaan ontdekken.
Of denken jullie van wel...?

Joepdoei en de mazzel



DJEK


vrijdag 11 september 2020

Het 4us deel 1 Linky



Hallo fans 
wat een gedoe
Niet op vakantie
Niet naar school
Is nu iedereen ziek?
allemaal vanwege een virus.
Zelfs Mo krijgt te maken met een

4us










Zojuist loopt Valentino het luchtkasteel uit. Hij ziet de zon en de lucht. Meteen is Valentino verliefd. Hij staat stil.
"OOOOH, wat mooi", zucht Valentino. Hij zet nog één stap vooruit. En dan...PATS Boem...Valentino rolt zo over de kop.Dat deed pijn. Valentino heeft een bult op zijn kop. Hij ziet overal sterretjes.
Een eindje verderop ligt Mo de Kroelio. Hij heeft ook een bult op zijn kop.Mo staat op. Hij loopt naar Valentino.
"Gaat het Valentino?"vraagt Mo.
"OOOOh wat mooi", roept Valentino. "Al die sterretjes". 
Mo krabt eens achter zijn oor. Hij snapt er niets van.
"Het spijt me heel erg Valentino", zegt Mo.
"Ik ben rondjes aan het rennen rond het luchtkasteel. Ik had je helemaal niet gezien".
Valentino
Valentino

Valentino staat over de bult op zijn kop te wrijven. De bult doet nog steeds zeer. 
"Waarom loop jij rondjes rond het kasteel?", vraagt Valentino aan Mo. 
"Kweenie ik moet iets doen. Ik kan gewoon niet stilzitten vandaag. Ik weet niet wat er met me aan de hand is", antwoordt Mo.
"Ik denk dat ik dat wel weet", zegt Valentino. Mo kijkt hem verbaasd aan.
"Wat dan?", vraagt Mo. 
"Ik denk dat jij weer eens iets moet gaan ontdekken. Dat denk ik...", antwoordt Valentino. Hij knikt een keer naar Mo en loopt verder. Mo wrijft ook eens over de bult op zijn kop.
"Daar zou Valentino wel eens gelijk in kunnen hebben", mompelt Mo.
Hij gaat het luchtkasteel binnen.


Op zijn kamer in het luchtkasteel gaat Mo op zijn bed zitten. Hij loopt naar zijn boekenkast en trekt er een paar boeken uit. Mo ligt op zijn buik op de grond. Langzaam bladert hij door de boeken.
Opeens springt hij op. 
Mo de Kroelio

"Ik ga maar weer eens naar het Wie Wat Waar land.Daar is altijd wel iets te ontdekken", roept Mo. Even later is hij al op weg naar de wolkenfabriek. Op zijn rug draagt Mo een rugzak. Hij gaat naar Leon de keukenprins. Even wat drankjes en wolkenhapjes halen...voor onderweg.

Niet veel later komt Mo uit de fabriek. Hij knabbelt op een lekker wolkenkoekje. Hij zwaait nog even naar Leon.Vanuit de keuken zwaait Leon terug. 
Leon de keukenprins.


Daar gaan we dan. Mo is op weg naar de Hoge Wolkenbergen. Snel loopt hij door het Lanterfantenbos.  Een paar Lanterfanten kijken Mo na als hij voorbij loopt. Mo wandelt stevig door. Daar is de Oranje Vakte al. Aan het eind van deze vlakte zit de Wolkbreuk. En vandaar kom je in het Wie Wat Waar land. Midden op de vlakte staat Mo stil. Hij heeft wat gehoord.
"Foep foep". 
Mo weet wat dat is. De Foeperpot. Als je daar invalt kun je alleen nog maar carnavalsliedjes zingen. Mo loopt met een grote boog langs de Foeperpot.
Daar is de Wolkbreuk al. Mo haalt eens diep adem. Dan rent Mo ineens heel hard de Wolkbreuk in.

Rommeldebom
Mo rolt zo aan de andere kant de Wolkbreuk uit. Er stijgen wat wolkjes op uit zijn vacht. Het sist nog een beetje. Mo staat op en kijkt naar zijn vacht. Het lijkt erop dat de zure regen , die in de wolkbreuk zit, zijn vacht heel gelaten heeft. Mo kijkt of zijn rugzak ook nog heel is. Jawel Nu kan hij iets gaan ontdekken. Maar waar?  Tja...voor hem is het Donkere Bos. Daar waar de Hork woont. De Hork kan een beetje toveren. Mo wil de Hork niet tegenkomen. hij loopt eerst een stukje langs het bos. Dan gaat hij pas het Donkere Bos in. De bomen in het bos zijn zo hoog dat er geen licht op de wolkenbodem kan komen. Het is dus stikdonker. Voorzichtig loopt Mo verder. Mo weet eigenlijk niet meer welke kant hij oploopt. 
"Krak". Mo blijft doodstil staan. Was dat de Hork? Nee het was maar een takje dat onder zijn voet krakte. In de verte ziet Mo licht. Zou daar het Donkere Bos ophouden? Vlug gaat Mo die kant op. Even later is Mo op de verlichte plek.  Hij kijkt verbaasd rond. Midden op de open plek staan een paar bomen. Achter de bomen zijn een paar heuveltjes met gaten erin. En achter de heuvels staan geen bomen meer. Helemaal achteraan begint het Donkere Bos weer. Mo loopt naar de bomen toe. Het zijn hele mooie lichtgroene bomen. Mo heeft nog nooit zulke bomen gezien. Hij doet zijn rugzak af. De rugzak zet hij achter een wolkenbosje. De eerste boom die hij tegenkomt heeft één tak naar beneden gebogen. Vreemd, denkt Mo. Ineens voelt hij iets aan zijn voet trekken...te laat. Mo hangt op zijn kop langs de boom. Zijn voet zit vast aan een wolkentouw. Dat touw zit weer aan de tak van de boom vastgebonden.Mo kan geen kant meer op. Wat nu? 

In een van de heuveltjes begint er iets te rommelen. Er kruipt een wezen uit de heuvel.
"Aha...een lekker hapje...in de boom...hmmmm", klinkt een hese stem. Het wezen gaat voor Mo staan. Het water loopt hem uit zijn bek.
"Zoo.Lekker hapje...hij die honger heeft is blij.", sist de stem weer. Mo kijkt het wezen ondersteboven raar aan.
"Eeuuh...ben jij een Kroelio? " vraagt Mo. Het wezen springt achteruit. Hij begint te sissen. 
Linky


"Oei...hij die altijd honger heeft...ziet een Kroelio. Ja ja...hij die honger heeft kent wel de Kroelioos", fluistert het wezen.Opeens schiet hij naar voren. Springt tegen de boom en bijt het wolkentouw door. Mo valt zo naar beneden...op zijn kop. Mo gaat rechtop zitten. Hij ziet weer sterretjes. Nu heeft Mo twee bulten op zijn kop. Het wezen pakt Mo op. Hij zet Mo op zijn achterpoten.

"Jij ...lekker hapje...gaat mee", sist het wezen. Hij sleurt Mo zo naar een gat van een van de heuvels. Mo wordt ruw naar binnen geduwd.

Het is aardedonker in de heuvel. In het midden ziet Mo licht branden. Hij wordt naar het licht geduwd. Daar staat een grote paal. Bovenop de paal staat een bol met vuurvliegjes erin. Mo wordt aan de paal vastgebonden. Het wezen gaat recht tegenover Mo op de grond zitten. Mo kijkt het wezen aan.
"Jij lijkt wel een zwarte Kroelio. Hoe heet jij? "vraagt Mo. Het wezen staat op. Warempel het is...een Kroelio. 
"Hij die altijd honger heeft...is Linky", antwoordt de zwarte Kroelio.
"Hmmm...ik heb nog nooit een zwarte Kroelio gezien...hoe kom jij zo zwart?"vraagt Mo weer.
"Lekker hapje wil veel weten", zegt Linky
"Linky eerst andere kleur...weet niet meer...daarna zwart. Gezien?...lichtgroene bomen? Daarin 4us ...daarna zwart.", legt Linky uit.
"4us. Wat is dat?"vraagt Mo. Linky kijkt geheimzinnig om zich heen.
"Weet niet...hij die altijd honger heeft...raakt groene boom aan...daarna zwart...langzaam zwart", mompelt Linky.
"Kun je daar dan niks tegen doen?"roept Mo. Linky haalt zijn schouders op en zegt: "Boom niet aanraken". Hij kijkt Mo aan.
"Hij die altijd honger heeft...gaat nu slapen. Daarna kijken hoe lekker hapje smaakt...ja ja". Hij draait zich om en loopt verder de heuvel in. Mo kan hem niet meer zien.

Mo probeert het wolkentouw los te peuteren. Het lukt niet. Maar Mo geeft het niet op. Na een lange tijd zit hij nog steeds vast aan de paal. Mo hoort gezang. En daar is de zwarte Kroelio weer.
"Hij die altijd honger heeft...heeft over lekker hapje gedroomd....heel lekker...ha ha", zegt Linky. Linky gaat recht voor Mo staan. Opeens schiet hij naar voren en bijt Mo in zijn neus.
"Auw...auw...wat doe je nu?"schreeuwt Mo. Linky kijkt Mo verlekkert aan.
"Even proeven...inderdaad...heeeel lekker hapje", roept Linky terug.
"Wat zal ik doen met lekker hapje", mompelt Linky. Hij staat even diep na te denken.
"Hij die altijd honger heeft...kan soep maken van hapje. Of toetje...gebakken?... ook lekker. Gekookt misschien?.Nee nee dat niet", fluistert Linky. Mo denkt razendsnel na. Hoe komt hij hier veilig weg. 
"Linky", zegt Mo. De zwarte Kroelio kijkt om.
"Linky, je kan ook met mij meegaan naar de andere Kroelioos. Misschien kunnen we je dan weer gewoon maken. Niet meer zwart. Wat vindt je ervan?" zegt Mo. Linky kijkt Mo aandachtig aan
"Hmmm...zijn daar dan meer Kroelioos?"vraagt Linky.
"O ja...veel meer Kroelioos", lacht Mo.
"Dan...vind hij die altijd honger heeft...dat een goed idee...lekker hapje". 
Linky maakt Mo los. 
"Loop jij maar voorop", wijst Linky.
"Lekker hapje weet de weg...haha...", lacht Linky.


Poeh hee
Hoe zou dat aflopen
Ik vertrouw die Linky voor geen cent.

Joepdoei en de mazzel




DJEK













zaterdag 18 juli 2020

Bolle Jan



        Hallo fans 
Wat een weer hé   
Dan is het te heet,
dan weer te koud
Dan regent het weer
dan weer storm
Wat zijn ze toch aan het doen, 
daar op Kroelonia ?



Bolle Jan


In de wolkenfabriek is het druk. De Kroelioos maken nu veel regenwolken.
De planten en bomen van de mensenwereld kunnen wel wat water gebruiken.
Lino loopt tevreden door de fabriek. Hij hoort de regenwolken klatsen en klotsen in de grote schoorsteen. Opeens staat Lino stil. Wat hoort hij?...helemaal niets.
"Wat is er aan de hand?", mompelt Lino. Vlug rent de baas van de wolkenfabriek naar buiten. Op het plein voor de fabriek kijkt hij omhoog.
Lino
Alle wolken hangen nog boven het plein.Er komen geen wolken meer uit de grote schoorsteen. Alleen nog een paar giechelende praatwolkjes. Lino snapt wat er aan de hand is.
"Waar is Bolle Jan de wind?", roept Lino kwaad. De andere Kroelioos zijn ook naar buiten gekomen. Ze kijken elkaar aan . Niemand weet waar de wind is.

In het Luchtkasteel op het Hemelse Plein wordt Mo de Kroelio wakker. Het is nog donker. Is het nog zo vroeg? denkt Mo. Hij kijkt uit zijn raam naar buiten. Ook boven het Hemelse Plein hangen grote grijze wolken vol regenwater.
Mo de Kroelio

"Hmmm...hier klopt iets niet", zegt Mo. Snel loopt hij het Luchtkasteel uit.Op het Hemelse Plein komt hij Lino tegen.
"Hee Lino hoe is het?" vraagt Mo aan zijn vriend.
"De wind is gaan liggen. Alle regenwolken blijven hangen", wijst Lino naar de lucht. 
"Weet jij misschien waar Bolle Jan uithangt?". 
Mo denkt na. Hij krijgt een grote rimpel boven zijn ogen. Dat gebeurt altijd als Mo nadenkt. 
"Volgens mij woont Jan in de Hoge Wolkenbergen. Helemaal boven op de hoogste wolkenberg", zegt Mo. Hij haalt zijn schouders op. 
"Ik kan wel even gaan kijken of hij thuis is. Misschien is ie wel ziek", stelt Mo voor.
"Als je dat zou willen doen, graag", zegt Lino. 
"Ga ik terug naar de wolkenfabriek. Kijken of we de wolken kunnen verplaatsen". Hij draait zich om en loopt weg. Mo gaat ook op weg naar de Hoge
Wolkenbergen.  


Even verderop staat Loe-wis angstig naar boven te kijken. Alle Kroelioos zijn bang van water. Maar...Loe-wis is zelfs bang van regendruppeltjes. Dat komt omdat ie een keer in de wc gevallen is. Toen hij eruit wilde klimmen...heeft ie zichzelf bijna doorgespoeld. Eng hoor.
"Hallo Loe-wis", roept Mo. De Blauwe Kroelio kijkt verschrikt om.
"Gelukkig Mo dat ik jou tegen kom", zegt Loe-wis.
Loe-wis
"Weet jij wat er aan de hand is?...het is donker met die...regenwolken...gaat het regenen?...nee hé", jammert Loe-wis. 
"Rustig maar...rustig...Jan de wind heeft de wolken nog niet weggeblazen.Meer niet", sust Mo. Loe-wis vertrouwt het niet.
"Waar is die wind dan?", vraagt hij.
"Tja...dat weten we nog niet", antwoord Mo.
"Ik ga hem nu zoeken in de Hoge Wolkenbergen. Daar woont hij toch?...", zegt Mo. Loe-wis haalt zijn schouders op. Hij weet het niet. Mo loopt verder. Loe-wis loopt hem achterna.
"Wacht even Mo. Dan ga ik mee", roept hij. Samen gaan ze op weg.
Even later komen ze bij de wolkenfabriek. Loe-wis kijkt nog steeds angstig omhoog. Het lijkt wel of er bij de fabriek nog meer regenwolken hangen. Vlug loopt Loe-wis verder. Hij wordt achtervolgd door een paar praatwolkjes. De wolkjes zijn ontsnapt uit de grote schoorsteen van de fabriek.
"Hee hallo. Waar gaan jullie naar toe?", roept een van de wolkjes. Loe-wis stopt en kijkt om.
"Wij gaan Jan de wind zoeken", vertelt Loe-wis tegen de wolkjes.
"O, ja", "waarom dan?'..."Weet je het zeker" ...Hoppa... Alle wolkjes praten door elkaar. Loe-wis doet zijn voorpootjes tegen zijn oren. Hij ziet Mo nergens meer.Hij rent snel naar de wolkenbergen.
 
Kort daarna heeft Loe-wis Mo ingehaald. Samen lopen ze nu naar de eerste wolkenberg. Mo kijkt omhoog.
"Is dit de hoogste berg?", vraagt Mo aan Loe-wis.
"Ik kan het niet goed zien. Er hangen teveel regenwolken daar boven", antwoordt Loe-wis.
"Hmmmm...dan moeten we boven gaan kijken.", zegt Mo. De twee Kroelioos beginnen de berg te beklimmen. Als ze bijna op de helft zijn komen ze een Motje tegen. De kleine Kroelioos wonen in de Hoge Wolkenbergen.
"Hallo", roept Mo.
"Is dit de hoogste wolkenberg?", vraagt Mo aan het Motje. Motje Paars haalt zijn schouders op. Hij weet het niet.
"Weet je dan misschien waar Bolle Jan de wind woont? ", vraagt Mo opnieuw.
Het Motje steekt zijn voorpoot in zijn mond. Dan haalt hij de poot weer uit zijn mond en steekt de poot recht omhoog. Daarna wijst hij naar een volgende berg.
"We zitten dus op de verkeerde berg", zegt Mo tegen Loe-wis.

Niet veel later klauteren de twee Kroelioos tegen de andere berg op. Als ze uiteindelijk helemaal boven zijn gaan ze even uitrusten. Het was een heel eind klimmen. Ze zien een stenen grot. Dat moet het huis zijn van Bolle Jan de wind. Samen lopen ze naar de ingang van de grot. Het is erg donker in de grot. De Kroelioos zien niets.
"Hallo...", roept Mo.
"Hallo...allo...lo", roept de grot terug.Loe-wis maakt dat ie wegkomt.
"Een SPOOK Mo...een spook", schreeuwt hij.
"Nee hoor...dat is de echo", zegt Mo.
"Hallo echo...is Jan thuis?...", roept Mo weer in de grot.
"...llo...ho...thuis...nee...nee", antwoordt de echo.
"Weet je waar die is dan?", vraagt Mo weer.
"Aar...ie...s dan...naar...nest", fluistert de echo terug.
"Dank je wel", zegt Mo.
"...ank...e...wel", echoot de echo terug.
Loe-wis staat nog steeds op een afstandje te kijken.
"Kom we gaan", roept Mo tegen Loe-wis.

De twee Kroelioos zijn alweer op weg naar de wolkenfabriek.
"Zei die echo nou nest?...heb ik dat goed verstaan?", vraagt Loe-wis aan Mo.
"Ja dat heb je goed verstaan", zet Mo. 
"Welk nest ?...Waar dan?", vraagt Loe-wis weer.
"Ik ken maar een nest...dat is het Kroelio-nest in de Nevelwouden", zegt Mo.
Mo kijkt Loe-wis aan.
"Als jij doorloopt naar de wolkenfabriek en Lino vertelt wat wij ontdekt hebben. Loop ik verder naar de Nevelwouden...Goed?"zegt Mo.
Loe-wis knikt. Hij gaat meteen door naar de fabriek. Ondertussen gaat Mo op weg naar het Kroelio-nest.

Over het Hemelse Plein loopt Mo naar een regenboogbrug. Als Mo over de brug is volgt hij het pad naar de Nevelwouden.Even later komt hij bij het huisje van Klad Kroelio aan. Klad zit op het bankje voor zijn huisje naar de lucht te staren. Dan ziet hij Mo aan komen wandelen.
"Ha die Mo", roept Klad. "Nogal donker weertje hé...".
Mo gaat naast Klad op het bankje zitten.
"Ja nogal donker weer...Jan de wind is spoorloos verdwenen. Daarom blijven alle regenwolken boven Kroelonia hangen", zet Mo.Klad knikt.
Klad Kroelio
"OOO...vandaar. Ik kan zo ook niks schilderen", zegt hij.
"Ik ben op weg naar het Kroelio-nest boven in de Oeroude Wolkenboom. Jan de wind zou daar zitten", vertelt Mo.
"Zal ik met je meegaan? Ik kan nog wel wat kleuren gebruiken. Misschien ligt er nog wat kleur in het nest", antwoordt Klad. Mo vindt het best. Veel leuker met z'n tweeën dan alleen.
"Even wat potjes en pannetjes halen om de kleuren in te doen". 
Klad rent zijn huisje in. Klad heeft een rugzak omgedaan. Hier zitten de potjes en pannetjes in.  Nu zijn ze klaar om te vertrekken. Op naar de Oeroude Wolkenboom.

De Oeroude Wolkenboom staat niet ver van Klad's huisje. Ze zijn er dus zo. Mo staat onder aan de boom.  Hij kijkt omhoog. Tjonge...wat is ie hoog...die boom.
"Kom op Mo", roept Klad.Hij rent pardoes langs Mo naar de wenteltrap die om de boom slingert. Klad klimt flink door. Mo heeft moeite om hem bij te houden.  Eindelijk zijn ze boven. Mo staat te hijgen. Klad niet. Langzaam loopt Klad het nest in.Hij kijkt goed om zich heen. Misschien ligt er nog wat kleur hier of daar. Mo staat op het randje van het nest.Hij kan zo over heel Kroelonia kijken. 
"WOO...IIISSSCH". Daar komt Klad met al zijn potjes en pannetjes voorbij vliegen. 
"HELP", schreeuwt Klad. Mo kan hem nog net bij een van zijn achterpootjes pakken. Mo trekt Klad weer in de boom. De gekleurde Kroelio ziet een beetje wit rond zijn neus.
"Dank je wel Mo. Anders zou ik dat hele eind naar beneden gevallen zijn", piept Klad. 
"Wat is er gebeurd dan?", vraagt Mo.
"Nou...ik loop te zoeken naar nieuwe kleuren...Ineens is daar ...een windvlaag...heel hard. Ik vlieg gelijk het nest weer uit. En toen pakte jij mij bij mijn achterpoot", vertelt Klad.
"Hmmm...dan is Bolle Jan hier", mompelt Mo. Maar hoe komen de Kroelioos nu bij de wind als ze iedere keer weggeblazen worden? Mo denkt na. Hij krijgt een grote rimpel boven zijn ogen. Dat gebeurt altijd als Mo nadenkt. Dan begint hij te lachen.
"Ik weet het...", roept Mo
"Wat weet jij?"vraagt Klad. Mo geeft geen antwoordt.Hij kijkt rond. Rond het nest zitten hier en daar wat wolkentouwen om het nest vast te houden. Mo trekt een lang stuk wolkentouw uit het nest. Het ene eind van het touw bind hij aan de wolkenboom vast. Het andere eind bindt hij om zijn eigen middel.
'Kijk...zo kan ik niet uit de boom waaien", zegt Mo tegen Klad.
Mo loopt zo het nest in. Hij kijkt goed uit of hij Bolle Jan ziet zitten.
"Het zal mij benieuwen", mompelt Klad. Hij gaat op het randje van het nest zitten wachten.
"wHOESSSSJAAAAAaaa".
En ja, daar komt Mo aangevlogen. Zo de boom uit. Omdat hij aan de boom vast zit hangt Mo nu naast de boom. Mo klimt weer omhoog.
"Volgens mij is Jan een beetje boos", zegt Klad tegen Mo. Mo zegt niets. Hij loopt langs Klad zo het nest weer in.
"Jan...JAN...niet blazen. Ik ben het... Mo", roept Mo. Deze keer blijft het stil. Voorzichtig loopt Mo verder. Het nest is een beetje uit elkaar geblazen. Overal zitten er gaten. De nevelslierten hangen er los bij. Helemaal achteraan in het nest ziet Mo Bolle Jan zitten. De wind zit verdrietig voor zich uit te staren.
"Ha die Jan.Zit je hier", zegt Mo vrolijk. Maar Jan zegt niets terug. Hij zucht eens diep.
"Hee...wat is er aan de hand Jan?",vraagt Mo. De wind kijkt Mo aan. 
"SSshoo...so saai...shooSSS", fluistert Jan de wind. Mo kijkt Jan vragend aan.
"Saai?...wat is er saai? ", zegt Mo.
"SSsh...werk...saai...SHHHHoo...altijd...maar wolken wegblazen...HHooeschhh", fluister de wind.
 "Ooooh...op die manier",antwoordt Mo.
"Daar weet ik wel iets op". Hij springt op en loopt naar Klad.
"Kom mee Jan...zal ik je wat laten zien", roept Mo naar Bolle Jan.

Veel later zijn ze weer beneden. Behalve Mo. Die hangt nog langs de boom. Hij is vergeten zijn wolkentouw los te maken. Bolle Jan en Klad liggen krom van het lachen. Even later is Mo er ook.
"Blij dat je weer kan lachen", zegt hij tegen Jan. Dan zijn ze weer bij het huisje van Klad.
"Ik ben d'r moe van geworden. Ik ga op mijn bankje zitten", zegt Klad. Bolle Jan en Mo hebben geen tijd om te zitten. Ze nemen afscheid van Klad en lopen door naar de regenboogbrug. Haastig loopt het tweetal naar het einde van het Hemelse Plein. Hier zit een groot gat in de wolken. In dat gat hangt een soort buis waar je door kan kijken.
"Ziehier...de Koekeloer", wijst Mo naar het gat.
"Als je hierdoor kijkt...kun je zien wat er op de mensenwereld te doen is", legt Mo uit. Bolle Jan kijkt door de Koekeloer.
"SSSchhh...niks te zien...ssschSS", sist de wind.
Mo zegt: "Goed kijken...zie je die huisjes met die wieken niet?. Bolle Jan knikt van ja.
"Die wieken staan nu stil... maar als jij gaat blazen gaan ze bewegen...probeer maar". zegt Mo. Bolle Jan kijkt Mo ongelovig aan. Hij draait zich om.Dan springt hij van de wolken af. Bolle Jan laat zich naar beneden vallen. Dan begint hij te blazen.
"wwwHOOESSJee".
En ja... de wieken van de molens beginnen te draaien. ook de wolken gaan bewegen. Jan gaat nog harder blazen. De wieken draaien steeds sneller en sneller.
De wolken gaan ook steeds sneller. Bolle Jan begint er plezier in te krijgen. Hij knipoogt een keer naar Mo.. Dan gaat hij nog harder blazen.
Windmolens



ook windmolens

 

De mensen van het mensenland zeggen tegen elkaar: "Eerst is er geen zuchtje wind...en nu stormt het. Ik zou willen dat die wind weer ging liggen".
Het is ook nooit goed.





Joepdoei en de mazzel


DJEK



     

zaterdag 9 mei 2020

De Zonnebril

Hallo fans
De zon schijnt
De zomer is in aantocht...
Tijd voor de ...


De Zonnebril

Lila een meisje van vier jaar oud loopt over het strand. Ze heeft haar rode zwembroek met frutseltjes aan. Op haar neus staat...een zonnebril. Die heeft ze van papa en mama gekregen.
"Een zonnebril is beter voor je ogen", heeft mama gezegd. Dus houdt Lila de bril de hele dag op.
Alles is veel mooier als je kijkt door een zonnebril. Vooral de schitterende zee. Even verderop staat een paaltje. Voor het paaltje liggen mooie schelpen. Lila gaat tegen het paaltje zitten en bekijkt de schelpen.
De mooiste neemt ze mee naar huis. Het is warm. Lila kijkt uit over de zee. Langzaam vallen haar ogen dicht.

Als Lila haar ogen open doet is het wit en donzig om haar heen. Ze is weer op Kroelonia. Maar deze keer is het toch anders. Het is allemaal net iets minder wit. Vreemd. Lila staat op en begint naar het Hemelse Plein te lopen.. Onderweg komt ze wel wat Kroelioos tegen maar...die lopen allemaal heel hard weg.
Mo de Kroelio
Wat zou er aan de hand zijn? denkt Lila. Dan Komt ze Mo de Kroelio tegen.
"Ha die Mo", roept Lila. Verschrikt kijkt Mo Lila aan.
"B...ben...jij dat...Lila?", stamelt Mo.
"Wat is er met je... ogen... gebeurt? Ze zien helemaal groot en zwart.Eng hoor...". Lila zet haar zonnebril af. Blij loopt Mo nu naar Lila toe. Hij geeft haar een dikke knuffel.
"Gelukkig.Je ogen zijn weer gewoon", zucht Mo. Een beetje bang kijkt hij naar de zonnebril. Lila ziet het.
"Niks om bang voor te zijn Mo.Kijk maar het is gewoon een ...ding", zegt Lila.
Ze zet Mo de zonnebril op. Mo kijkt rond. Dan ...begint hij te schreeuwen.
"Help...doe het licht aan...waar is de zon...HELP". Lila pakt de bril weer af. Mo kijkt weer rond.
"Pfoooe...gelukkig de zon doet het weer", zucht Mo. Lila steekt de zonnebril in haar bikini-broek. Zo wandelen ze samen naar het Hemelse Plein.

Wat Lila niet weet is dat de bril langzaam uit haar broekje geglipt is. De zonnebril ligt gewoon op de wolkengrond.
Vrolijk komt Stippel aangehuppeld. Hij heeft goede zin. Mooi weer. Echt acrobatenweer vindt Stippel. Opeens ziet hij iets op de wolkengrond liggen. Hij raapt het ding op.
"Wat is dat?", roept Stippel. Hij bekijkt het ding van alle kanten. Twee ronde zwarte...dingen...met twee steeltjes. Dan zet hij de bril op zijn neus. Doodstil blijft hij staan. Hij durft zich niet te bewegen.

Stippel Kroelio
Spikkel Kroelio


Niet veel later komt toevallig Spikkeltje langs. Spikkel is druk bezig met zijn spiegel. Hij bekijkt zichzelf van alle kanten. Even kijken of al zijn spikkels er nog zijn. Dan ziet hij Stippel staan.
"Hee Stippel hoe gaat ie?", roept Spikkel.
"Niet zo goed", piept Stippel.
"Wat is er dan?", vraagt Spikkel weer.
"De zon is uitgegaan". fluistert Stippel.
"Dat komt door dat ding op mijn neus denk ik ". Langzaam pakt Spikkel de bril van Stippels neus. Stippel kijkt omhoog. 
"AAAH ...de zon...", zucht Stippel. Zonder nog naar Spikkel om te kijken huppelt Stippel verder. Verbluft kijkt Spikkel Stippel na.
"Nou ja...", zegt Spikkel. Hij kijkt naar het ding in zijn voorpootjes. Voorzichtig zet hij de bril op. Oei oei het is ineens een stuk donkerder.Spikkel houdt de spiegel voor zijn snuit. 
"Hmmm...staat wel mooi", mompelt Spikkel. Langzaam begint hij te lopen.  Hij weet niet welke kant hij op gaat. Hij steekt zijn voorpootjes recht vooruit. Zo loopt Spikkel richting het Hemelse Plein. Het gaat goed.Spikkel gaat steeds harder lopen. Dan...PATS...hij loopt zo tegen een wolkenboom aan. De bril valt van zijn neus.En Spikkel valt op zijn achterwerk. Vlug pakt hij zijn spiegel. Hij ziet dat hij nu een zwarte kring rond zijn ene oog heeft. Niet zo mooi. Spikkel staat op. Hij kijkt naar de zonnebril. 
"Rotding", mompelt Spikkel. Hij gaat weer aan de wandel. Nu zonder bril op.

Leon Kroelio keukenprins
Klad Kroelio is ook onderweg naar het Hemelse Plein. Hij is op weg naar de wolkenfabriek. Hij gaat naar Leon de keukenprins. Ze willen nieuwe gebakjes bedenken met mooi kleuren. Klad loopt te neuriën van plezier. Dan ziet hij de zonnebril liggen. Hij schopt er een keer tegen. Het ding vliegt pardoes door de lucht. Verbaasd kijkt Klad naar het ding.
Klad Kroelio
"Wat is dat voor iets", mompelt Klad. Voorzichtig pakt hij het ding bij de pootjes op. Hij houdt de zonnebril omhoog naar het zonlicht toe.
"Waaauw...wat mooi", roept Klad. Hij kijkt nog eens goed.  Langzaam zet hij de bril op zijn neus. Alles ziet er zo veel mooier uit.  Hij zet de bril dan weer op zijn voorhoofd, dan weer op zijn neus. Klad vindt het geweldig. Hij zet de zonnebril op zijn voorhoofd en loopt verder naar het Plein. Telkens stopt hij om de bril op zijn neus te zetten. Dan kijkt hij omhoog. Zet de bril weer op zijn voorhoofd en loopt weer door.

Op het Hemelse Plein zijn Mo en Lila in rep en roer.
"Waar heb je die zonnebril dan gelaten?", vraagt Mo.
"Hij zat hier", snikt Lila. Ze wijst naar haar bikiniboekje.
"Daar is ie niet meer", zucht Mo. Ze zoeken het hele plein af. Maar...nee...geen zonnebril te bekennen. Lila en Mo gaan op een bankje bij het luchtkasteel zitten.
"Wat nu?", piept Lila. Mo haalt zijn schouders op. Hij heeft geen idee. 
"Ik weet het...we gaan gewoon terug lopen", zegt Lila. 
"Achteruitlopen is moeilijk hoor. Je kan dan niet zien waar je loopt.Ook erg gevaarlijk", zegt Mo.
"Nee...ik bedoel we gaan dezelfde weg terug. Dan komen we de bril vast en zeker tegen", zegt Lila weer.Mo snapt het Ze springen van het bankje af.  Op hetzelfde moment komt Klad Kroelio het Plein oplopen. De Kroelioos die hem zien maken dat ze wegkomen. Ferd Kroelio rent recht op Mo en Lila af.
Ferd Kroelio
"Aan de kant Mo...aan de kant. Klad komt eraan...hij heeft vier ogen. Heel eng. wegwezen", schreeuwt Ferd. Mo en Lila lopen nu naar Klad toe.
"Heee...Mo hee Lila...", roept Klad vrolijk.
"Hebben jullie mijn nieuwe...ding...al gezien?", vraagt hij.
"Da's mijn ding", zegt Lila boos.
"Niet waar...jij denkt zeker dat alles van jou is", snauwt Klad terug.

"Geef terug...anders worden papa en mama heel boos op mij", snikt Lila.
"Ik heb het zelf gezien.De zonnebril is van Lila", zegt Mo. Beteuterd staat Klad te kijken.Dan geeft hij de zonnebril aan Lila.
"Hier...ik wil niet dat je papa en mama boos worden", fluistert Klad. 
"Het is zo'n mooi ding", zucht Klad. Hij draait zich om. Hij kijkt nog een keer naar de zonnebril. Dan loopt hij verder naar het grote wolkenpad. Lila heeft toch wel een beetje medelijden met Klad. Ze loopt hem achterna. 
"Wacht Klad", roept Lila. Klad stopt. Hij kijkt droevig naar Lila. 
"Weetje wat.Ik zal aan mama vragen of ik ook een zonnebril voor jou kan krijgen. Dan hebben we er allebei een", zegt Lila. Dat vindt Klad een goed idee.  Hij kan weer lachen. Hij zwaait naar Lila en Mo. Daarna gaat hij weer op weg naar de wolkenfabriek.
"Dat is heel aardig van jou Lila", zegt Mo
"Lila?".

"O Hier ben je. Ik ben het hele strand aan het afzoeken", zegt mama. Lila doet haar ogen open. Ze is weer op het strand. Moeder staat met haar handen in haar zij naar Lila te kijken.
"En...madame. Ga je nog mee? het is al laat. Papa heeft de strandspullen al ingepakt" zegt mama weer. Ze geeft Lila een hand. Samen lopen ze hand in hand over het strand. Papa zit al in de auto op het tweetal te wachten.
Dag Lila...tot de volgende keer.

Zou Lila nog een zonnebril voor Klad vragen?
Zou wel leuk zijn...
voor Klad.


Joepdoei en de mazzel



DJEK

dinsdag 24 maart 2020

Polletje Piekhaar

Hallo Fans
Het lijkt wel lente buiten
Zou het ook al lente zijn op Kroelonia?
Het gras begint al een beetje te groeien.
Is er ook gras bij de Kroelioos?
Wie weet.
Bling-Bling



Mo de Kroelio




Polletje Piekhaar

Mo de Kroelio is nog steeds in het Woeste Westen Wolkenland. Hier woont de Tippi-Tippi stam. In het vorige avontuur hebben de Tippies een spook gevangen. Het spook was eigenlijk een Kroelio. Bling-Bling de witte Kroelio. Drie avonden lang heeft Bling de kleuren van de wind moeten vangen. Voor straf. ( zie De Borrelende Bron). De Tippi-Tippi stam heeft hem nu vrij gelaten. Bling-Bling is met Mo mee gegaan. De twee Kroelioos lopen nu samen het dorp van de Tippies uit. Een tijdje later Kijkt Bling-Bling achterom. In de verte ligt het dorpje. 
"Pfffooe...blij dat ik daar weg ben...hoor", zegt Bling tegen Mo. Vragend kijkt Mo Bling-Bling aan. Hij haalt zijn schouders op en loopt verder. Zonder achterom te kijken zegt Mo.
"Jij wil spook spelen...eigen schuld dus". 
Bling-Bling zegt niets meer. Hij sjokt achter Mo aan. Dan staat Mo stil. Hij kijkt eens rond.
"Hmmm...daar zijn de Stoombronnen", mompelt Mo. "We zijn de verkeerde kant uit gelopen". 
"Zou best wel kunnen", zegt Bling-Bling. Mo wil weer terug lopen naar het dorpje van de Tippi-Tippi stam. 
"Zeg Mo. Nu we toch al hier zijn, kunnen we misschien gewoon doorlopen. Kijken wat er hier te beleven is. Ik ben hier nog nooit geweest", zegt Bling weer.
"Nu je het zegt. Ik ook niet", antwoordt Mo. Samen kijken de Kroelioos naar de horizon. Heel ver weg hangen wat vreemde wolken.
"Wat zou daar zijn?"wijst Bling-Bling. Mo haalt zijn schouders op. 
"Geen idee. Kom we gaan kijken", lacht Mo. Hij heeft er zin in. Het tweetal loopt stevig door. Zo nieuwsgierig zijn ze geworden.

Niet lang daarna zijn ze bij de plaats waar de rare wolken hangen. Uit de wolken regent het. Niet zoals altijd. Er komen hele mini-druppeltjes uit die wolken. De druppeltjes zweven heel langzaam naar beneden. Het lijkt een beetje op mist...maar dan anders.
"Hmm", zegt Mo. Hij kijkt om zich heen. En dan weer omhoog.
"Volgens mij is dit de Regenvallei", mompelt Mo. 
"Mooie vallei...we worden zo wel kletsnat", zegt Bling-Bling.
"En de grond is ook helemaal soppig", klaagt Bling.
Mo kijkt naar beneden. De grond ziet groen. Het lijkt wel mos denkt Mo. Dan...kruipt het mos ineens weg.
Mo springt op en roept:"Wat was dat?".
"Wat was wat?" vraagt "Bling. Mo wijst naar beneden. Nu ziet Bling het ook. De groene grond kruipt langzaam weg. Verbazend. Mo gaat op zijn knieën zitten om het mos beter te kunnen zien. Dan stopt de grond ineens. Het mos verandert in polletjes. De polletjes steken hun piekhaar omhoog. Zo lijken ze op grasjes.  Vreemd. Mo gaat helemaal op zijn buik liggen. Bling-Bling kijkt naar Mo.
"Mo wat ga jij doen?...Alsof we niet nat genoeg zijn...gaat hij op de grond liggen", moppert de witte Kroelio. Mo luistert niet. Spannend kijkt hij naar de graspolletjes. Hij ziet bij ieder polletjes een paar oogjes. De oogjes kijken Mo bang aan. Mo moet lachen.
"Jullie hoeven niet bang te zijn hoor", fluistert Mo tegen de polletjes. De ogen worden nog groter.

"Mo... ik ben kletsnat geworden. Ik weet niet wat jij daar ligt te doen maar ik ga naar huis", zegt Bling-Bling. En hij gaat zo pardoes op de polletjes staan.
"PWEEEEp...", klinkt het. Alle polletjes beginnen geluid te maken. Het lijkt wel toeteren.
"Pweeeeaat...pwoooot".
Verbaasd blijft Bling-Bling staan. Mo is ook opgestaan. Ineens is het doodstil.
Of toch niet. In de verte rommelt er iets. Het geluid klinkt steeds harder.
"Er komt iets aan", fluistert Mo tegen Bling. 
Kabong...kaBONG...KABONG...SPLATS...KaBong...kabong.
Wat was dat? De twee Kroelioos kijken elkaar aan. Dan moet Mo lachen. 
"Nou Bling, je ziet niet meer wit maar bruin", hikt Mo. Bling kijkt naar zijn vacht.
Dan zegt hij boos:"Nee...kijk naar je eigen ...jij bent net zo bruin hoor". 

Mo kijkt naar zijn vacht. Ook helemaal bruin van de modder.
"Hee...jullie", klinkt ineens een blubberige stem. Verschrikt kijken de Kroelioos om. Een eindje verderop ligt een enorme berg modder met ogen. De twee Kroelioos doen een paar stapjes achteruit. Dan spreekt de stem weer. 
"Als jullie mijn kleine  polletjes piekhaar aanvallen...dan gebeurt er dit". 
Kabong kabong. De modderberg springt recht op de Kroelioos af.
"NEEEEEEE...", gilt Bling-Bling. Te laat. SPLATS. En weer krijgen Mo en Bling de volle laag modder over zich heen. Even verderop staat de berg modder te lachen. Met een modderige vinger wijst hij naar de Kroelioos. 
"Jullie zijn gewaarschuwd. Blijf van de kleine polletjes af...of anders...".
De berg draait zich om en splatst weg.

De twee Kroelioos kijken elkaar aan. Dan begint Mo te proesten van het lachen.
"We lijken wel een bruine tweeling", schatert Mo.
Bling-Bling kan er niet mee lachen.
"Het heet hier 'regenvallei', dan moet er ook ergens water zijn", zegt hij.
Bling draait zich om en gaat op zoek naar water. Hij wil de bruine modder van zijn vacht wassen. Mo haalt zijn schouders op. Vlug gaat hij achter Bling-Bling aan.

Niet veel later komen ze bij een plas water. Met een aanloop plonst Bling-Bling het water in. 
"Kom erin Mo, heerlijk fris zo...".
Mo neemt ook een aanloop en plonst ook het water in. De twee Kroelioos wassen hun vacht schoon. Dan gooit Mo water naar Bling-Bling. Die begint te proesten. Hij laat zich onder water zakken. Mo kijkt om zich heen...geen Bling te zien. Dan schiet de Kroelio vlak voor Mo uit het water. Nu wordt Mo helemaal nat.
"Wacht jij maar eens...", roept Mo. De twee Kroelioos beginnen elkaar nat te spatten. Een heus watergevecht.
Als het gevecht voorbij is kruipt het tweetal uit het water. Ze blijven op de kant liggen.
"Dat was leuk", zucht Bling.
"Ja...en we zijn weer schoon", lacht Mo.

Kabong kaBONG KABONG
Verschrikt kijken Mo en Bling om.
SPLATS
En weer zijn ze helemaal bruin.Een eindje verder staat de modderberg.
"Wie heeft gezegd dat jullie hier in het water mogen?", snauwt de berg.
"Ik ben Polletje Piekhaar, de koning van de Regenvallei. Ik ben hier de baas. Iedereen doet wat ik zeg...gesnopen?", brult de modderberg.
Zijn hoofd staat nu vol grassprietjes. Net als bij de kleine pollen. 
Mo staat op.
"Waarom doet u zo naar tegen ons? Wij hebben niets gedaan", zegt Mo.
"Niets gedaan...niets gedaan...jullie hebben op de kleine polletjes gestaan. Noem dat maar niets", gromt de koning van de vallei.
"Dat hebben wij niet expres gedaan. Dat ging per ongeluk. Het spijt ons heel erg", zegt Mo tegen de koning.
Polletje hopst naar de Kroelioos toe. Mo en Bling duiken in elkaar. Dan stopt hij vlak voor het tweetal.
"Kan me niets schelen", roept Polletje. "Wegwezen jullie...ik wil jullie hier niet meer zien".
Verschrikt hollen Bling-Bling en Mo weg.

Even verderop staat Mo stil. Hij kijkt om zich heen.
"Hee...daar is het dorpje van de Tippies weer",wijst Mo.
"Nee hé...dan zijn we alweer de verkeerde kant op gelopen", zucht Bling-Bling.
"Nou we kunnen even uitrusten in het dorpje", stelt Mo voor.
"Ik ga daar niet meer naartoe Mo...nooit meer", wijst Bling naar het dorp.
Er zit niets anders op dan terug naar de Regenvallei te lopen.
"Als we heel stil lopen dan weet die koning niet waar we zijn", zegt Bling.
"Dus...sssssssttttt". 

Bij de Regenvallei lopen de Kroelioos op hun tenen voorbij het water. Geen koning te zien. Het gaat goed. Stilletjes sluipen ze verder. Mo kijkt naar beneden. Voor zijn voeten wordt het groen. Heel veel polletjes kijken hem aan. Mo stoot Bling-Bling aan en wijst naar beneden. Bling heeft het gezien. Het tweetal blijft stokstijf staan. Er gebeurt niets. Lange tijd blijven ze zo staan. Wat nu? Bling-Bling heeft er genoeg van. Hij gaat langzaam op zijn hurken zitten. De polletjes kijken hem met grote ogen aan. Dan steekt Bling-Bling zijn tong uit. 
"BleuRRRR", doet hij. De Polletjes schrikken en beginnen... PWEEET  PrOeTTT...te toeteren. Niet alleen de polletjes maar ook Mo is geschrokken.
Kabong...kabong...kabong horen ze in de verte.
"Rennen Bling...naar de Stapelwolkenvlakte en het Luchtkasteel", schreeuwt Mo
Dat laat Bling-Bling zich geen twee keer zeggen.

Rennen rennen rennen.
Mo kijkt vlug achterom. De blubberberg komt eraan. Ze gaan nog harder rennen. Over de Stapelwolkenvlakte zo over de regenboogbrug naar het Hemelse Plein. Daar stoppen ze even. Polletje Piekhaar zit nog steeds achter ze aan. Even later ploft hij op het plein. Alle Kroelioos maken dat ze wegkomen. De Blubberberg kijkt eens rond. Dan ziet hij het Luchtkasteel.
"Ahaaa...daar zullen ze wel zitten", krijst Polletje. Hij begint naar het kasteel te hopsen. Bling en Mo kijken elkaar aan. 
"Hij...hij...mag ons kasteel niet vernielen toch?", fluistert Bling.
"Nee...ik weet wat", fluistert Mo terug. Hij springt tevoorschijn en begint te roepen.
"Heee modderkoning hier ben ik".
Verbaasd kijkt Bling-Bling naar Mo.
"Mo...ben je gek geworden", roept hij.
Te laat. Polletje heeft het tweetal gezien. Nu hopst hij naar de Kroelioos. Niet meer naar het kasteel.
Bling en Mo beginnen weer te hollen. Naar het grote Wolkenpad dat naar de Wolkenfabriek loopt. De Kroelioos hollen verder. Over de brug naar het pad.
Koning Polletje ploft ook op de brug.
KRAK...KraaK.
Krakend stort de brug in. De modderkoning is te zwaar. 
"HELPPP...", roept hij.

Mo en Bling-Bling horen de koning van de Regenvallei gillen. Ze stoppen met hollen en kijken om. Polletje Piekhaar is in de Drijfwolken terecht gekomen. Langzaam zakt hij de wolken in. Boos kijkt hij naar de Kroelioos. Alle andere Kroelioos zijn ook komen kijken.. Ze weten niet wat ze moeten doen.
"We gaan wel wat wolkentouwen zoeken om je eruit te trekken", roept Mo.
Dat moet wel.Want als je in de Drijfwolken zit...zit je vast. Alleen anderen kunnen je lostrekken.
De koning blijft boos kijken. Dan doet hij zijn ogen dicht. Plotseling schieten de grassprietjes uit zijn hoofd recht omhoog.
Alle Kroelioos maken weer dat ze wegkomen. Behalve Mo.
Als de sprietjes hoog genoeg zijn...verschijnt er een pluisje aan de bovenkant van het sprietje. En zo zweven ze terug naar de Regenvallei. Mo kijkt ze na. Als hij weer naar beneden kijkt is Polletje Piekhaar in de Drijfwolken verdwenen.

De pluisjes landen in de Regenvallei. Ze gaan daar groeien totdat ze grote Polletjes zijn...

Op het Hemelse plein staan de Kroelioos Mo en Bling -Bling aan te gapen. 
Ze weten niet waar deze twee bruine figuren vandaan komen.


Gevaarlijk gras op Kroelonia.
Ik ga voorlopig niet mer op het gras zitten.
Je weet maar nooit...



Joepdoei en de mazzel


DJEK