zaterdag 18 juli 2020

Bolle Jan



        Hallo fans 
Wat een weer hé   
Dan is het te heet,
dan weer te koud
Dan regent het weer
dan weer storm
Wat zijn ze toch aan het doen, 
daar op Kroelonia ?



Bolle Jan


In de wolkenfabriek is het druk. De Kroelioos maken nu veel regenwolken.
De planten en bomen van de mensenwereld kunnen wel wat water gebruiken.
Lino loopt tevreden door de fabriek. Hij hoort de regenwolken klatsen en klotsen in de grote schoorsteen. Opeens staat Lino stil. Wat hoort hij?...helemaal niets.
"Wat is er aan de hand?", mompelt Lino. Vlug rent de baas van de wolkenfabriek naar buiten. Op het plein voor de fabriek kijkt hij omhoog.
Lino
Alle wolken hangen nog boven het plein.Er komen geen wolken meer uit de grote schoorsteen. Alleen nog een paar giechelende praatwolkjes. Lino snapt wat er aan de hand is.
"Waar is Bolle Jan de wind?", roept Lino kwaad. De andere Kroelioos zijn ook naar buiten gekomen. Ze kijken elkaar aan . Niemand weet waar de wind is.

In het Luchtkasteel op het Hemelse Plein wordt Mo de Kroelio wakker. Het is nog donker. Is het nog zo vroeg? denkt Mo. Hij kijkt uit zijn raam naar buiten. Ook boven het Hemelse Plein hangen grote grijze wolken vol regenwater.
Mo de Kroelio

"Hmmm...hier klopt iets niet", zegt Mo. Snel loopt hij het Luchtkasteel uit.Op het Hemelse Plein komt hij Lino tegen.
"Hee Lino hoe is het?" vraagt Mo aan zijn vriend.
"De wind is gaan liggen. Alle regenwolken blijven hangen", wijst Lino naar de lucht. 
"Weet jij misschien waar Bolle Jan uithangt?". 
Mo denkt na. Hij krijgt een grote rimpel boven zijn ogen. Dat gebeurt altijd als Mo nadenkt. 
"Volgens mij woont Jan in de Hoge Wolkenbergen. Helemaal boven op de hoogste wolkenberg", zegt Mo. Hij haalt zijn schouders op. 
"Ik kan wel even gaan kijken of hij thuis is. Misschien is ie wel ziek", stelt Mo voor.
"Als je dat zou willen doen, graag", zegt Lino. 
"Ga ik terug naar de wolkenfabriek. Kijken of we de wolken kunnen verplaatsen". Hij draait zich om en loopt weg. Mo gaat ook op weg naar de Hoge
Wolkenbergen.  


Even verderop staat Loe-wis angstig naar boven te kijken. Alle Kroelioos zijn bang van water. Maar...Loe-wis is zelfs bang van regendruppeltjes. Dat komt omdat ie een keer in de wc gevallen is. Toen hij eruit wilde klimmen...heeft ie zichzelf bijna doorgespoeld. Eng hoor.
"Hallo Loe-wis", roept Mo. De Blauwe Kroelio kijkt verschrikt om.
"Gelukkig Mo dat ik jou tegen kom", zegt Loe-wis.
Loe-wis
"Weet jij wat er aan de hand is?...het is donker met die...regenwolken...gaat het regenen?...nee hé", jammert Loe-wis. 
"Rustig maar...rustig...Jan de wind heeft de wolken nog niet weggeblazen.Meer niet", sust Mo. Loe-wis vertrouwt het niet.
"Waar is die wind dan?", vraagt hij.
"Tja...dat weten we nog niet", antwoord Mo.
"Ik ga hem nu zoeken in de Hoge Wolkenbergen. Daar woont hij toch?...", zegt Mo. Loe-wis haalt zijn schouders op. Hij weet het niet. Mo loopt verder. Loe-wis loopt hem achterna.
"Wacht even Mo. Dan ga ik mee", roept hij. Samen gaan ze op weg.
Even later komen ze bij de wolkenfabriek. Loe-wis kijkt nog steeds angstig omhoog. Het lijkt wel of er bij de fabriek nog meer regenwolken hangen. Vlug loopt Loe-wis verder. Hij wordt achtervolgd door een paar praatwolkjes. De wolkjes zijn ontsnapt uit de grote schoorsteen van de fabriek.
"Hee hallo. Waar gaan jullie naar toe?", roept een van de wolkjes. Loe-wis stopt en kijkt om.
"Wij gaan Jan de wind zoeken", vertelt Loe-wis tegen de wolkjes.
"O, ja", "waarom dan?'..."Weet je het zeker" ...Hoppa... Alle wolkjes praten door elkaar. Loe-wis doet zijn voorpootjes tegen zijn oren. Hij ziet Mo nergens meer.Hij rent snel naar de wolkenbergen.
 
Kort daarna heeft Loe-wis Mo ingehaald. Samen lopen ze nu naar de eerste wolkenberg. Mo kijkt omhoog.
"Is dit de hoogste berg?", vraagt Mo aan Loe-wis.
"Ik kan het niet goed zien. Er hangen teveel regenwolken daar boven", antwoordt Loe-wis.
"Hmmmm...dan moeten we boven gaan kijken.", zegt Mo. De twee Kroelioos beginnen de berg te beklimmen. Als ze bijna op de helft zijn komen ze een Motje tegen. De kleine Kroelioos wonen in de Hoge Wolkenbergen.
"Hallo", roept Mo.
"Is dit de hoogste wolkenberg?", vraagt Mo aan het Motje. Motje Paars haalt zijn schouders op. Hij weet het niet.
"Weet je dan misschien waar Bolle Jan de wind woont? ", vraagt Mo opnieuw.
Het Motje steekt zijn voorpoot in zijn mond. Dan haalt hij de poot weer uit zijn mond en steekt de poot recht omhoog. Daarna wijst hij naar een volgende berg.
"We zitten dus op de verkeerde berg", zegt Mo tegen Loe-wis.

Niet veel later klauteren de twee Kroelioos tegen de andere berg op. Als ze uiteindelijk helemaal boven zijn gaan ze even uitrusten. Het was een heel eind klimmen. Ze zien een stenen grot. Dat moet het huis zijn van Bolle Jan de wind. Samen lopen ze naar de ingang van de grot. Het is erg donker in de grot. De Kroelioos zien niets.
"Hallo...", roept Mo.
"Hallo...allo...lo", roept de grot terug.Loe-wis maakt dat ie wegkomt.
"Een SPOOK Mo...een spook", schreeuwt hij.
"Nee hoor...dat is de echo", zegt Mo.
"Hallo echo...is Jan thuis?...", roept Mo weer in de grot.
"...llo...ho...thuis...nee...nee", antwoordt de echo.
"Weet je waar die is dan?", vraagt Mo weer.
"Aar...ie...s dan...naar...nest", fluistert de echo terug.
"Dank je wel", zegt Mo.
"...ank...e...wel", echoot de echo terug.
Loe-wis staat nog steeds op een afstandje te kijken.
"Kom we gaan", roept Mo tegen Loe-wis.

De twee Kroelioos zijn alweer op weg naar de wolkenfabriek.
"Zei die echo nou nest?...heb ik dat goed verstaan?", vraagt Loe-wis aan Mo.
"Ja dat heb je goed verstaan", zet Mo. 
"Welk nest ?...Waar dan?", vraagt Loe-wis weer.
"Ik ken maar een nest...dat is het Kroelio-nest in de Nevelwouden", zegt Mo.
Mo kijkt Loe-wis aan.
"Als jij doorloopt naar de wolkenfabriek en Lino vertelt wat wij ontdekt hebben. Loop ik verder naar de Nevelwouden...Goed?"zegt Mo.
Loe-wis knikt. Hij gaat meteen door naar de fabriek. Ondertussen gaat Mo op weg naar het Kroelio-nest.

Over het Hemelse Plein loopt Mo naar een regenboogbrug. Als Mo over de brug is volgt hij het pad naar de Nevelwouden.Even later komt hij bij het huisje van Klad Kroelio aan. Klad zit op het bankje voor zijn huisje naar de lucht te staren. Dan ziet hij Mo aan komen wandelen.
"Ha die Mo", roept Klad. "Nogal donker weertje hé...".
Mo gaat naast Klad op het bankje zitten.
"Ja nogal donker weer...Jan de wind is spoorloos verdwenen. Daarom blijven alle regenwolken boven Kroelonia hangen", zet Mo.Klad knikt.
Klad Kroelio
"OOO...vandaar. Ik kan zo ook niks schilderen", zegt hij.
"Ik ben op weg naar het Kroelio-nest boven in de Oeroude Wolkenboom. Jan de wind zou daar zitten", vertelt Mo.
"Zal ik met je meegaan? Ik kan nog wel wat kleuren gebruiken. Misschien ligt er nog wat kleur in het nest", antwoordt Klad. Mo vindt het best. Veel leuker met z'n tweeën dan alleen.
"Even wat potjes en pannetjes halen om de kleuren in te doen". 
Klad rent zijn huisje in. Klad heeft een rugzak omgedaan. Hier zitten de potjes en pannetjes in.  Nu zijn ze klaar om te vertrekken. Op naar de Oeroude Wolkenboom.

De Oeroude Wolkenboom staat niet ver van Klad's huisje. Ze zijn er dus zo. Mo staat onder aan de boom.  Hij kijkt omhoog. Tjonge...wat is ie hoog...die boom.
"Kom op Mo", roept Klad.Hij rent pardoes langs Mo naar de wenteltrap die om de boom slingert. Klad klimt flink door. Mo heeft moeite om hem bij te houden.  Eindelijk zijn ze boven. Mo staat te hijgen. Klad niet. Langzaam loopt Klad het nest in.Hij kijkt goed om zich heen. Misschien ligt er nog wat kleur hier of daar. Mo staat op het randje van het nest.Hij kan zo over heel Kroelonia kijken. 
"WOO...IIISSSCH". Daar komt Klad met al zijn potjes en pannetjes voorbij vliegen. 
"HELP", schreeuwt Klad. Mo kan hem nog net bij een van zijn achterpootjes pakken. Mo trekt Klad weer in de boom. De gekleurde Kroelio ziet een beetje wit rond zijn neus.
"Dank je wel Mo. Anders zou ik dat hele eind naar beneden gevallen zijn", piept Klad. 
"Wat is er gebeurd dan?", vraagt Mo.
"Nou...ik loop te zoeken naar nieuwe kleuren...Ineens is daar ...een windvlaag...heel hard. Ik vlieg gelijk het nest weer uit. En toen pakte jij mij bij mijn achterpoot", vertelt Klad.
"Hmmm...dan is Bolle Jan hier", mompelt Mo. Maar hoe komen de Kroelioos nu bij de wind als ze iedere keer weggeblazen worden? Mo denkt na. Hij krijgt een grote rimpel boven zijn ogen. Dat gebeurt altijd als Mo nadenkt. Dan begint hij te lachen.
"Ik weet het...", roept Mo
"Wat weet jij?"vraagt Klad. Mo geeft geen antwoordt.Hij kijkt rond. Rond het nest zitten hier en daar wat wolkentouwen om het nest vast te houden. Mo trekt een lang stuk wolkentouw uit het nest. Het ene eind van het touw bind hij aan de wolkenboom vast. Het andere eind bindt hij om zijn eigen middel.
'Kijk...zo kan ik niet uit de boom waaien", zegt Mo tegen Klad.
Mo loopt zo het nest in. Hij kijkt goed uit of hij Bolle Jan ziet zitten.
"Het zal mij benieuwen", mompelt Klad. Hij gaat op het randje van het nest zitten wachten.
"wHOESSSSJAAAAAaaa".
En ja, daar komt Mo aangevlogen. Zo de boom uit. Omdat hij aan de boom vast zit hangt Mo nu naast de boom. Mo klimt weer omhoog.
"Volgens mij is Jan een beetje boos", zegt Klad tegen Mo. Mo zegt niets. Hij loopt langs Klad zo het nest weer in.
"Jan...JAN...niet blazen. Ik ben het... Mo", roept Mo. Deze keer blijft het stil. Voorzichtig loopt Mo verder. Het nest is een beetje uit elkaar geblazen. Overal zitten er gaten. De nevelslierten hangen er los bij. Helemaal achteraan in het nest ziet Mo Bolle Jan zitten. De wind zit verdrietig voor zich uit te staren.
"Ha die Jan.Zit je hier", zegt Mo vrolijk. Maar Jan zegt niets terug. Hij zucht eens diep.
"Hee...wat is er aan de hand Jan?",vraagt Mo. De wind kijkt Mo aan. 
"SSshoo...so saai...shooSSS", fluistert Jan de wind. Mo kijkt Jan vragend aan.
"Saai?...wat is er saai? ", zegt Mo.
"SSsh...werk...saai...SHHHHoo...altijd...maar wolken wegblazen...HHooeschhh", fluister de wind.
 "Ooooh...op die manier",antwoordt Mo.
"Daar weet ik wel iets op". Hij springt op en loopt naar Klad.
"Kom mee Jan...zal ik je wat laten zien", roept Mo naar Bolle Jan.

Veel later zijn ze weer beneden. Behalve Mo. Die hangt nog langs de boom. Hij is vergeten zijn wolkentouw los te maken. Bolle Jan en Klad liggen krom van het lachen. Even later is Mo er ook.
"Blij dat je weer kan lachen", zegt hij tegen Jan. Dan zijn ze weer bij het huisje van Klad.
"Ik ben d'r moe van geworden. Ik ga op mijn bankje zitten", zegt Klad. Bolle Jan en Mo hebben geen tijd om te zitten. Ze nemen afscheid van Klad en lopen door naar de regenboogbrug. Haastig loopt het tweetal naar het einde van het Hemelse Plein. Hier zit een groot gat in de wolken. In dat gat hangt een soort buis waar je door kan kijken.
"Ziehier...de Koekeloer", wijst Mo naar het gat.
"Als je hierdoor kijkt...kun je zien wat er op de mensenwereld te doen is", legt Mo uit. Bolle Jan kijkt door de Koekeloer.
"SSSchhh...niks te zien...ssschSS", sist de wind.
Mo zegt: "Goed kijken...zie je die huisjes met die wieken niet?. Bolle Jan knikt van ja.
"Die wieken staan nu stil... maar als jij gaat blazen gaan ze bewegen...probeer maar". zegt Mo. Bolle Jan kijkt Mo ongelovig aan. Hij draait zich om.Dan springt hij van de wolken af. Bolle Jan laat zich naar beneden vallen. Dan begint hij te blazen.
"wwwHOOESSJee".
En ja... de wieken van de molens beginnen te draaien. ook de wolken gaan bewegen. Jan gaat nog harder blazen. De wieken draaien steeds sneller en sneller.
De wolken gaan ook steeds sneller. Bolle Jan begint er plezier in te krijgen. Hij knipoogt een keer naar Mo.. Dan gaat hij nog harder blazen.
Windmolens



ook windmolens

 

De mensen van het mensenland zeggen tegen elkaar: "Eerst is er geen zuchtje wind...en nu stormt het. Ik zou willen dat die wind weer ging liggen".
Het is ook nooit goed.





Joepdoei en de mazzel


DJEK



     

zaterdag 9 mei 2020

De Zonnebril

Hallo fans
De zon schijnt
De zomer is in aantocht...
Tijd voor de ...


De Zonnebril

Lila een meisje van vier jaar oud loopt over het strand. Ze heeft haar rode zwembroek met frutseltjes aan. Op haar neus staat...een zonnebril. Die heeft ze van papa en mama gekregen.
"Een zonnebril is beter voor je ogen", heeft mama gezegd. Dus houdt Lila de bril de hele dag op.
Alles is veel mooier als je kijkt door een zonnebril. Vooral de schitterende zee. Even verderop staat een paaltje. Voor het paaltje liggen mooie schelpen. Lila gaat tegen het paaltje zitten en bekijkt de schelpen.
De mooiste neemt ze mee naar huis. Het is warm. Lila kijkt uit over de zee. Langzaam vallen haar ogen dicht.

Als Lila haar ogen open doet is het wit en donzig om haar heen. Ze is weer op Kroelonia. Maar deze keer is het toch anders. Het is allemaal net iets minder wit. Vreemd. Lila staat op en begint naar het Hemelse Plein te lopen.. Onderweg komt ze wel wat Kroelioos tegen maar...die lopen allemaal heel hard weg.
Mo de Kroelio
Wat zou er aan de hand zijn? denkt Lila. Dan Komt ze Mo de Kroelio tegen.
"Ha die Mo", roept Lila. Verschrikt kijkt Mo Lila aan.
"B...ben...jij dat...Lila?", stamelt Mo.
"Wat is er met je... ogen... gebeurt? Ze zien helemaal groot en zwart.Eng hoor...". Lila zet haar zonnebril af. Blij loopt Mo nu naar Lila toe. Hij geeft haar een dikke knuffel.
"Gelukkig.Je ogen zijn weer gewoon", zucht Mo. Een beetje bang kijkt hij naar de zonnebril. Lila ziet het.
"Niks om bang voor te zijn Mo.Kijk maar het is gewoon een ...ding", zegt Lila.
Ze zet Mo de zonnebril op. Mo kijkt rond. Dan ...begint hij te schreeuwen.
"Help...doe het licht aan...waar is de zon...HELP". Lila pakt de bril weer af. Mo kijkt weer rond.
"Pfoooe...gelukkig de zon doet het weer", zucht Mo. Lila steekt de zonnebril in haar bikini-broek. Zo wandelen ze samen naar het Hemelse Plein.

Wat Lila niet weet is dat de bril langzaam uit haar broekje geglipt is. De zonnebril ligt gewoon op de wolkengrond.
Vrolijk komt Stippel aangehuppeld. Hij heeft goede zin. Mooi weer. Echt acrobatenweer vindt Stippel. Opeens ziet hij iets op de wolkengrond liggen. Hij raapt het ding op.
"Wat is dat?", roept Stippel. Hij bekijkt het ding van alle kanten. Twee ronde zwarte...dingen...met twee steeltjes. Dan zet hij de bril op zijn neus. Doodstil blijft hij staan. Hij durft zich niet te bewegen.

Stippel Kroelio
Spikkel Kroelio


Niet veel later komt toevallig Spikkeltje langs. Spikkel is druk bezig met zijn spiegel. Hij bekijkt zichzelf van alle kanten. Even kijken of al zijn spikkels er nog zijn. Dan ziet hij Stippel staan.
"Hee Stippel hoe gaat ie?", roept Spikkel.
"Niet zo goed", piept Stippel.
"Wat is er dan?", vraagt Spikkel weer.
"De zon is uitgegaan". fluistert Stippel.
"Dat komt door dat ding op mijn neus denk ik ". Langzaam pakt Spikkel de bril van Stippels neus. Stippel kijkt omhoog. 
"AAAH ...de zon...", zucht Stippel. Zonder nog naar Spikkel om te kijken huppelt Stippel verder. Verbluft kijkt Spikkel Stippel na.
"Nou ja...", zegt Spikkel. Hij kijkt naar het ding in zijn voorpootjes. Voorzichtig zet hij de bril op. Oei oei het is ineens een stuk donkerder.Spikkel houdt de spiegel voor zijn snuit. 
"Hmmm...staat wel mooi", mompelt Spikkel. Langzaam begint hij te lopen.  Hij weet niet welke kant hij op gaat. Hij steekt zijn voorpootjes recht vooruit. Zo loopt Spikkel richting het Hemelse Plein. Het gaat goed.Spikkel gaat steeds harder lopen. Dan...PATS...hij loopt zo tegen een wolkenboom aan. De bril valt van zijn neus.En Spikkel valt op zijn achterwerk. Vlug pakt hij zijn spiegel. Hij ziet dat hij nu een zwarte kring rond zijn ene oog heeft. Niet zo mooi. Spikkel staat op. Hij kijkt naar de zonnebril. 
"Rotding", mompelt Spikkel. Hij gaat weer aan de wandel. Nu zonder bril op.

Leon Kroelio keukenprins
Klad Kroelio is ook onderweg naar het Hemelse Plein. Hij is op weg naar de wolkenfabriek. Hij gaat naar Leon de keukenprins. Ze willen nieuwe gebakjes bedenken met mooi kleuren. Klad loopt te neuriën van plezier. Dan ziet hij de zonnebril liggen. Hij schopt er een keer tegen. Het ding vliegt pardoes door de lucht. Verbaasd kijkt Klad naar het ding.
Klad Kroelio
"Wat is dat voor iets", mompelt Klad. Voorzichtig pakt hij het ding bij de pootjes op. Hij houdt de zonnebril omhoog naar het zonlicht toe.
"Waaauw...wat mooi", roept Klad. Hij kijkt nog eens goed.  Langzaam zet hij de bril op zijn neus. Alles ziet er zo veel mooier uit.  Hij zet de bril dan weer op zijn voorhoofd, dan weer op zijn neus. Klad vindt het geweldig. Hij zet de zonnebril op zijn voorhoofd en loopt verder naar het Plein. Telkens stopt hij om de bril op zijn neus te zetten. Dan kijkt hij omhoog. Zet de bril weer op zijn voorhoofd en loopt weer door.

Op het Hemelse Plein zijn Mo en Lila in rep en roer.
"Waar heb je die zonnebril dan gelaten?", vraagt Mo.
"Hij zat hier", snikt Lila. Ze wijst naar haar bikiniboekje.
"Daar is ie niet meer", zucht Mo. Ze zoeken het hele plein af. Maar...nee...geen zonnebril te bekennen. Lila en Mo gaan op een bankje bij het luchtkasteel zitten.
"Wat nu?", piept Lila. Mo haalt zijn schouders op. Hij heeft geen idee. 
"Ik weet het...we gaan gewoon terug lopen", zegt Lila. 
"Achteruitlopen is moeilijk hoor. Je kan dan niet zien waar je loopt.Ook erg gevaarlijk", zegt Mo.
"Nee...ik bedoel we gaan dezelfde weg terug. Dan komen we de bril vast en zeker tegen", zegt Lila weer.Mo snapt het Ze springen van het bankje af.  Op hetzelfde moment komt Klad Kroelio het Plein oplopen. De Kroelioos die hem zien maken dat ze wegkomen. Ferd Kroelio rent recht op Mo en Lila af.
Ferd Kroelio
"Aan de kant Mo...aan de kant. Klad komt eraan...hij heeft vier ogen. Heel eng. wegwezen", schreeuwt Ferd. Mo en Lila lopen nu naar Klad toe.
"Heee...Mo hee Lila...", roept Klad vrolijk.
"Hebben jullie mijn nieuwe...ding...al gezien?", vraagt hij.
"Da's mijn ding", zegt Lila boos.
"Niet waar...jij denkt zeker dat alles van jou is", snauwt Klad terug.

"Geef terug...anders worden papa en mama heel boos op mij", snikt Lila.
"Ik heb het zelf gezien.De zonnebril is van Lila", zegt Mo. Beteuterd staat Klad te kijken.Dan geeft hij de zonnebril aan Lila.
"Hier...ik wil niet dat je papa en mama boos worden", fluistert Klad. 
"Het is zo'n mooi ding", zucht Klad. Hij draait zich om. Hij kijkt nog een keer naar de zonnebril. Dan loopt hij verder naar het grote wolkenpad. Lila heeft toch wel een beetje medelijden met Klad. Ze loopt hem achterna. 
"Wacht Klad", roept Lila. Klad stopt. Hij kijkt droevig naar Lila. 
"Weetje wat.Ik zal aan mama vragen of ik ook een zonnebril voor jou kan krijgen. Dan hebben we er allebei een", zegt Lila. Dat vindt Klad een goed idee.  Hij kan weer lachen. Hij zwaait naar Lila en Mo. Daarna gaat hij weer op weg naar de wolkenfabriek.
"Dat is heel aardig van jou Lila", zegt Mo
"Lila?".

"O Hier ben je. Ik ben het hele strand aan het afzoeken", zegt mama. Lila doet haar ogen open. Ze is weer op het strand. Moeder staat met haar handen in haar zij naar Lila te kijken.
"En...madame. Ga je nog mee? het is al laat. Papa heeft de strandspullen al ingepakt" zegt mama weer. Ze geeft Lila een hand. Samen lopen ze hand in hand over het strand. Papa zit al in de auto op het tweetal te wachten.
Dag Lila...tot de volgende keer.

Zou Lila nog een zonnebril voor Klad vragen?
Zou wel leuk zijn...
voor Klad.


Joepdoei en de mazzel



DJEK

dinsdag 24 maart 2020

Polletje Piekhaar

Hallo Fans
Het lijkt wel lente buiten
Zou het ook al lente zijn op Kroelonia?
Het gras begint al een beetje te groeien.
Is er ook gras bij de Kroelioos?
Wie weet.
Bling-Bling



Mo de Kroelio




Polletje Piekhaar

Mo de Kroelio is nog steeds in het Woeste Westen Wolkenland. Hier woont de Tippi-Tippi stam. In het vorige avontuur hebben de Tippies een spook gevangen. Het spook was eigenlijk een Kroelio. Bling-Bling de witte Kroelio. Drie avonden lang heeft Bling de kleuren van de wind moeten vangen. Voor straf. ( zie De Borrelende Bron). De Tippi-Tippi stam heeft hem nu vrij gelaten. Bling-Bling is met Mo mee gegaan. De twee Kroelioos lopen nu samen het dorp van de Tippies uit. Een tijdje later Kijkt Bling-Bling achterom. In de verte ligt het dorpje. 
"Pfffooe...blij dat ik daar weg ben...hoor", zegt Bling tegen Mo. Vragend kijkt Mo Bling-Bling aan. Hij haalt zijn schouders op en loopt verder. Zonder achterom te kijken zegt Mo.
"Jij wil spook spelen...eigen schuld dus". 
Bling-Bling zegt niets meer. Hij sjokt achter Mo aan. Dan staat Mo stil. Hij kijkt eens rond.
"Hmmm...daar zijn de Stoombronnen", mompelt Mo. "We zijn de verkeerde kant uit gelopen". 
"Zou best wel kunnen", zegt Bling-Bling. Mo wil weer terug lopen naar het dorpje van de Tippi-Tippi stam. 
"Zeg Mo. Nu we toch al hier zijn, kunnen we misschien gewoon doorlopen. Kijken wat er hier te beleven is. Ik ben hier nog nooit geweest", zegt Bling weer.
"Nu je het zegt. Ik ook niet", antwoordt Mo. Samen kijken de Kroelioos naar de horizon. Heel ver weg hangen wat vreemde wolken.
"Wat zou daar zijn?"wijst Bling-Bling. Mo haalt zijn schouders op. 
"Geen idee. Kom we gaan kijken", lacht Mo. Hij heeft er zin in. Het tweetal loopt stevig door. Zo nieuwsgierig zijn ze geworden.

Niet lang daarna zijn ze bij de plaats waar de rare wolken hangen. Uit de wolken regent het. Niet zoals altijd. Er komen hele mini-druppeltjes uit die wolken. De druppeltjes zweven heel langzaam naar beneden. Het lijkt een beetje op mist...maar dan anders.
"Hmm", zegt Mo. Hij kijkt om zich heen. En dan weer omhoog.
"Volgens mij is dit de Regenvallei", mompelt Mo. 
"Mooie vallei...we worden zo wel kletsnat", zegt Bling-Bling.
"En de grond is ook helemaal soppig", klaagt Bling.
Mo kijkt naar beneden. De grond ziet groen. Het lijkt wel mos denkt Mo. Dan...kruipt het mos ineens weg.
Mo springt op en roept:"Wat was dat?".
"Wat was wat?" vraagt "Bling. Mo wijst naar beneden. Nu ziet Bling het ook. De groene grond kruipt langzaam weg. Verbazend. Mo gaat op zijn knieën zitten om het mos beter te kunnen zien. Dan stopt de grond ineens. Het mos verandert in polletjes. De polletjes steken hun piekhaar omhoog. Zo lijken ze op grasjes.  Vreemd. Mo gaat helemaal op zijn buik liggen. Bling-Bling kijkt naar Mo.
"Mo wat ga jij doen?...Alsof we niet nat genoeg zijn...gaat hij op de grond liggen", moppert de witte Kroelio. Mo luistert niet. Spannend kijkt hij naar de graspolletjes. Hij ziet bij ieder polletjes een paar oogjes. De oogjes kijken Mo bang aan. Mo moet lachen.
"Jullie hoeven niet bang te zijn hoor", fluistert Mo tegen de polletjes. De ogen worden nog groter.

"Mo... ik ben kletsnat geworden. Ik weet niet wat jij daar ligt te doen maar ik ga naar huis", zegt Bling-Bling. En hij gaat zo pardoes op de polletjes staan.
"PWEEEEp...", klinkt het. Alle polletjes beginnen geluid te maken. Het lijkt wel toeteren.
"Pweeeeaat...pwoooot".
Verbaasd blijft Bling-Bling staan. Mo is ook opgestaan. Ineens is het doodstil.
Of toch niet. In de verte rommelt er iets. Het geluid klinkt steeds harder.
"Er komt iets aan", fluistert Mo tegen Bling. 
Kabong...kaBONG...KABONG...SPLATS...KaBong...kabong.
Wat was dat? De twee Kroelioos kijken elkaar aan. Dan moet Mo lachen. 
"Nou Bling, je ziet niet meer wit maar bruin", hikt Mo. Bling kijkt naar zijn vacht.
Dan zegt hij boos:"Nee...kijk naar je eigen ...jij bent net zo bruin hoor". 

Mo kijkt naar zijn vacht. Ook helemaal bruin van de modder.
"Hee...jullie", klinkt ineens een blubberige stem. Verschrikt kijken de Kroelioos om. Een eindje verderop ligt een enorme berg modder met ogen. De twee Kroelioos doen een paar stapjes achteruit. Dan spreekt de stem weer. 
"Als jullie mijn kleine  polletjes piekhaar aanvallen...dan gebeurt er dit". 
Kabong kabong. De modderberg springt recht op de Kroelioos af.
"NEEEEEEE...", gilt Bling-Bling. Te laat. SPLATS. En weer krijgen Mo en Bling de volle laag modder over zich heen. Even verderop staat de berg modder te lachen. Met een modderige vinger wijst hij naar de Kroelioos. 
"Jullie zijn gewaarschuwd. Blijf van de kleine polletjes af...of anders...".
De berg draait zich om en splatst weg.

De twee Kroelioos kijken elkaar aan. Dan begint Mo te proesten van het lachen.
"We lijken wel een bruine tweeling", schatert Mo.
Bling-Bling kan er niet mee lachen.
"Het heet hier 'regenvallei', dan moet er ook ergens water zijn", zegt hij.
Bling draait zich om en gaat op zoek naar water. Hij wil de bruine modder van zijn vacht wassen. Mo haalt zijn schouders op. Vlug gaat hij achter Bling-Bling aan.

Niet veel later komen ze bij een plas water. Met een aanloop plonst Bling-Bling het water in. 
"Kom erin Mo, heerlijk fris zo...".
Mo neemt ook een aanloop en plonst ook het water in. De twee Kroelioos wassen hun vacht schoon. Dan gooit Mo water naar Bling-Bling. Die begint te proesten. Hij laat zich onder water zakken. Mo kijkt om zich heen...geen Bling te zien. Dan schiet de Kroelio vlak voor Mo uit het water. Nu wordt Mo helemaal nat.
"Wacht jij maar eens...", roept Mo. De twee Kroelioos beginnen elkaar nat te spatten. Een heus watergevecht.
Als het gevecht voorbij is kruipt het tweetal uit het water. Ze blijven op de kant liggen.
"Dat was leuk", zucht Bling.
"Ja...en we zijn weer schoon", lacht Mo.

Kabong kaBONG KABONG
Verschrikt kijken Mo en Bling om.
SPLATS
En weer zijn ze helemaal bruin.Een eindje verder staat de modderberg.
"Wie heeft gezegd dat jullie hier in het water mogen?", snauwt de berg.
"Ik ben Polletje Piekhaar, de koning van de Regenvallei. Ik ben hier de baas. Iedereen doet wat ik zeg...gesnopen?", brult de modderberg.
Zijn hoofd staat nu vol grassprietjes. Net als bij de kleine pollen. 
Mo staat op.
"Waarom doet u zo naar tegen ons? Wij hebben niets gedaan", zegt Mo.
"Niets gedaan...niets gedaan...jullie hebben op de kleine polletjes gestaan. Noem dat maar niets", gromt de koning van de vallei.
"Dat hebben wij niet expres gedaan. Dat ging per ongeluk. Het spijt ons heel erg", zegt Mo tegen de koning.
Polletje hopst naar de Kroelioos toe. Mo en Bling duiken in elkaar. Dan stopt hij vlak voor het tweetal.
"Kan me niets schelen", roept Polletje. "Wegwezen jullie...ik wil jullie hier niet meer zien".
Verschrikt hollen Bling-Bling en Mo weg.

Even verderop staat Mo stil. Hij kijkt om zich heen.
"Hee...daar is het dorpje van de Tippies weer",wijst Mo.
"Nee hé...dan zijn we alweer de verkeerde kant op gelopen", zucht Bling-Bling.
"Nou we kunnen even uitrusten in het dorpje", stelt Mo voor.
"Ik ga daar niet meer naartoe Mo...nooit meer", wijst Bling naar het dorp.
Er zit niets anders op dan terug naar de Regenvallei te lopen.
"Als we heel stil lopen dan weet die koning niet waar we zijn", zegt Bling.
"Dus...sssssssttttt". 

Bij de Regenvallei lopen de Kroelioos op hun tenen voorbij het water. Geen koning te zien. Het gaat goed. Stilletjes sluipen ze verder. Mo kijkt naar beneden. Voor zijn voeten wordt het groen. Heel veel polletjes kijken hem aan. Mo stoot Bling-Bling aan en wijst naar beneden. Bling heeft het gezien. Het tweetal blijft stokstijf staan. Er gebeurt niets. Lange tijd blijven ze zo staan. Wat nu? Bling-Bling heeft er genoeg van. Hij gaat langzaam op zijn hurken zitten. De polletjes kijken hem met grote ogen aan. Dan steekt Bling-Bling zijn tong uit. 
"BleuRRRR", doet hij. De Polletjes schrikken en beginnen... PWEEET  PrOeTTT...te toeteren. Niet alleen de polletjes maar ook Mo is geschrokken.
Kabong...kabong...kabong horen ze in de verte.
"Rennen Bling...naar de Stapelwolkenvlakte en het Luchtkasteel", schreeuwt Mo
Dat laat Bling-Bling zich geen twee keer zeggen.

Rennen rennen rennen.
Mo kijkt vlug achterom. De blubberberg komt eraan. Ze gaan nog harder rennen. Over de Stapelwolkenvlakte zo over de regenboogbrug naar het Hemelse Plein. Daar stoppen ze even. Polletje Piekhaar zit nog steeds achter ze aan. Even later ploft hij op het plein. Alle Kroelioos maken dat ze wegkomen. De Blubberberg kijkt eens rond. Dan ziet hij het Luchtkasteel.
"Ahaaa...daar zullen ze wel zitten", krijst Polletje. Hij begint naar het kasteel te hopsen. Bling en Mo kijken elkaar aan. 
"Hij...hij...mag ons kasteel niet vernielen toch?", fluistert Bling.
"Nee...ik weet wat", fluistert Mo terug. Hij springt tevoorschijn en begint te roepen.
"Heee modderkoning hier ben ik".
Verbaasd kijkt Bling-Bling naar Mo.
"Mo...ben je gek geworden", roept hij.
Te laat. Polletje heeft het tweetal gezien. Nu hopst hij naar de Kroelioos. Niet meer naar het kasteel.
Bling en Mo beginnen weer te hollen. Naar het grote Wolkenpad dat naar de Wolkenfabriek loopt. De Kroelioos hollen verder. Over de brug naar het pad.
Koning Polletje ploft ook op de brug.
KRAK...KraaK.
Krakend stort de brug in. De modderkoning is te zwaar. 
"HELPPP...", roept hij.

Mo en Bling-Bling horen de koning van de Regenvallei gillen. Ze stoppen met hollen en kijken om. Polletje Piekhaar is in de Drijfwolken terecht gekomen. Langzaam zakt hij de wolken in. Boos kijkt hij naar de Kroelioos. Alle andere Kroelioos zijn ook komen kijken.. Ze weten niet wat ze moeten doen.
"We gaan wel wat wolkentouwen zoeken om je eruit te trekken", roept Mo.
Dat moet wel.Want als je in de Drijfwolken zit...zit je vast. Alleen anderen kunnen je lostrekken.
De koning blijft boos kijken. Dan doet hij zijn ogen dicht. Plotseling schieten de grassprietjes uit zijn hoofd recht omhoog.
Alle Kroelioos maken weer dat ze wegkomen. Behalve Mo.
Als de sprietjes hoog genoeg zijn...verschijnt er een pluisje aan de bovenkant van het sprietje. En zo zweven ze terug naar de Regenvallei. Mo kijkt ze na. Als hij weer naar beneden kijkt is Polletje Piekhaar in de Drijfwolken verdwenen.

De pluisjes landen in de Regenvallei. Ze gaan daar groeien totdat ze grote Polletjes zijn...

Op het Hemelse plein staan de Kroelioos Mo en Bling -Bling aan te gapen. 
Ze weten niet waar deze twee bruine figuren vandaan komen.


Gevaarlijk gras op Kroelonia.
Ik ga voorlopig niet mer op het gras zitten.
Je weet maar nooit...



Joepdoei en de mazzel


DJEK








zondag 24 februari 2019

De Borrelende Bron

Hallo fans
Hoe is het met jullie?
Hier is het rustig
Het lijkt wel vakantie.
Weet je wie er geen vakantie heeft?
Mo de Kroelio natuurlijk
 Hij is alweer onderweg naar een nieuw avontuur.

De Borrelende Bron



Op zijn gemak wandelt Mo de Kroelio over de Stapelwolken Vlakte. Hij kijkt nog eens achterom.
Helemaal daarachter liggen de Heuvels van Oen. Ja...hij loopt nog steeds de goede kant op.
Even later stapt hij het dorpje van de Tippi-Tippi stam binnen. Vreemd... de Tippies zijn er niet. 
Alle huisjes zijn verlaten.
"Hmmm...de Tippies gaan toch altijd in de avond naar de Heuvels", mompelt Mo. Hij gaat een van de huisjes binnen. Nee...niemand thuis. Mo gaat weer naar buiten. Hij kijkt nog een keer rond. 
Ineens ziet hij in de verte wolkjes. De wolkjes komen steeds dichterbij. Ja het zijn de Tippies die aan komen hollen. Het lijkt wel of ze ergens bang voor zijn.
Pivo komt het dorpje in rennen. Dan ziet hij Mo. Hij schrikt zich rot.
"Hee... Pivo...ik ben het maar...Mo", roept Mo. Pivo heeft zich op de grond laten vallen.
"Ik zie het...ik zie het Mo", hijgt Pivo.
"Ben je ergens bang voor?", vraagt Mo. "Je ziet een beetje wit rond je neus".
Pivo springt op. Hij gaat recht voor Mo staan. 
"De geest...de geest van de grote Oen...is hier", stamelt Pivo.
"Waar heb je die geest gezien?"vraagt Mo
"Bij de Stoombronnen. Er is een bron die borrelt. Opeens begint deze bron te sissen en te rommelen.  Dan komt er ineens mist uit de bron. Ook nevels en rook. Daar verschijnt de geest...van de grote Oen...", fluistert Pivo geheimzinnig.
Pivo Kroelio
"Hmmm...", mompelt Mo. Hij denkt diept na. Daarom krijgt hij een diepe rimpel boven zijn ogen.
"We moeten zo weer terug naar de Borrelende Bron", zegt Pivo.
"De geest heeft honger en dorst. Hij wil lekkere wolkenhapjes en wolkenlimonade".
Geesten willen geen hapjes en limonade, denkt Mo. Vreemd.
Mo de Kroelio
Even later hebben alle Tippies iets te eten of te drinken gevonden. Langzaam gaat de stoet het dorp uit. Mo loopt mee. Hij wil die geest wel eens zien.Op naar de Stoom-bronnen.

Als ze bij de Stoom-bronnen zijn, kijkt Mo eens rond. Niets te zien.
Zelfs geen geest. De Tippies lopen naar een van de Stoom-bronnen.
"Dit is de bron van de geest van Oen", wijst Pivo. Hij knielt voor de bron en legt zijn wolkenhapjes op de wolkengrond. Een voor een doen de andere Tippies hetzelfde. Dan staan ze op. Ze lopen een eindje van de bron af. Daar blijven ze staan wachten.
Er gebeurt niets. De Tippies kijken elkaar verschrikt aan. Waarom komt de geest niet? Nee...de bron doet niets. Hij stoomt af en toe een klein beetje...verder niets.
"De grote geest van Oen is boos", jammert een van de Tippies. Wat nu? Iedereen begint door elkaar te jammeren. De Tippies draaien zich om . Verslagen lopen ze teug naar het dorp.
De Borrelende Bron

Het wordt langzaam donker. De Tippies zitten in een grote kring midden tussen de huisjes.
Mo zit ook in de kring. Iedereen kijkt voor zich uit. Niemand zegt iets.
Mo vraagt:"Gaan jullie dadelijk nog naar de heuvels van Oen? Om de kleuren van de wind te gaan vangen?"
"Nee", antwoordt Pivo. "Vanavond niet. Nu de geest van Oen boos is, is het veel te gevaarlijk in de heuvels".
Mo snapt het. In de verte begint het zachtjes te rommelen. Het gerommel klinkt steeds luider.  De Tippies kijken elkaar verschrikt aan.
"De geest...de geest", wordt er gefluisterd.
Ineens een vreselijk gesis. Daarna een enorme klap. De Tippies vluchten hun huisjes in. Ze doen ramen en deuren dicht. Alleen Mo zit nog tussen de huisjes op de grond. Hij kijkt om. Wat zou daar toch aan de hand zijn? denkt Mo.

De volgende dag gaan de Tippies en Mo weer naar de Borrelende Bron. De hapjes en drankjes zijn verdwenen. De Tippies zijn blij. De geest is niet meer boos. Lachend gaan ze terug naar het dorp om meer hapjes en drankjes te halen. Mo gaat niet terug naar het dorpje. Hij verstopt zich achter een wolkenbosje.
Even later zijn Pivo en zijn vriendjes terug. Eerbiedig leggen ze de wolkenhapjes en andere lekkernijen bij de Borrelende Bron. Ze wachten nog even. De bron begint ineens te sissen en te borrelen. Van achter de bron begint iets te bewegen. Langzaam komt er iets naar voren...
Een paar glimmende oogjes kijken rond. De Tippies zitten op hun knietjes . Ze durven de geest van Oen niet aan te kijken. De geest ziet de hapjes. Hij zweeft er naartoe en raapt alles op. Dan verdwijnt de geest langzaam weer achter de bron. Vlak voor hij verdwijnt draait de geest zich om. De gloeioogjes kijken naar Pivo. Dan roept de geest.
"PIVOOOO...MEER HAPJES...PIVOOOOO...".
En weg is de geest. Pivo en de anderen maken dat ze wegkomen. Zo bang zijn ze. Mo zit nog steeds achter zijn wolkenbosje.
"Die stem...die stem", prevelt Mo. "Die ken ik ergens van".
De  Geest van Oen

Pivo is vlug zijn huisje ingevlucht. De geest van Oen kent mij, denkt Pivo. Oei oei. Vlug nog wat lekkers gaan brengen. Pivo zoekt het hele huisje af. Geen hapjes meer...Dan maar wolkenlimonade. Dat vindt de geest ook lekker. Geen limo meer. Alles is op. Wat nu? Pivo weet het niet meer. Hij gaat op de grond zitten.
"GrOmmel...GROM". Zijn buikje begint te grommen. Pivo heeft honger...maar niets te eten. Nu begint zijn buik pijn te doen.
"Ik moet iets eten", zegt Pivo. Hij gaat zijn huisje uit op zoek naar eten. Maar de andere Tippies hebben ook niets meer. Iedereen heeft honger. Dan wordt Pivo kwaad.
"Die geest heeft al ons eten. Da's niet eerlijk. O, nee. Ik ga ons eten gewoon terughalen.Wie gaat er mee?" roept Pivo. Niemand durft mee te gaan.
"Dan ga ik wel alleen", mompelt Pivo. Hij draait zich om en gaat lopen. Naar de Borrelende Bron.

Hoe dichter Pivo bij de bron komt, hoe banger hij wordt. Hij weet niet zeker of dit nu wel zo'n goed idee is. Hij loopt steeds langzamer. Ineens ziet hij iets bewegen achter een wolkenbosje.  Vlug verstopt hij zich achter een ander bosje.
Mo komt te voorschijn. Voorzichtig loopt hij naar de achterkant van de bron.
Pivo ziet Mo lopen. Als Mo een eindje verder gelopen is, sluipt Pivo achter hem aan.
Als Mo achter de Borrelende Bron is gekomen ziet hij de geest. Het spook doet zich te goed aan de hapjes. Hij heeft Mo nog niet gezien.
"Hallo geest", zegt Mo ineens. De geest schrikt zich rot. Hij zit te hoesten en te proesten. Hij heeft zich verslikt in een wolkenhapje. Verschrikt kijkt de geest om. Mo loopt naar hem toe.
"Heee...Bling-Bling...ook hier?"zegt Mo. Verbaasd kijkt Bling-Bling Mo aan.
Bling-Bling
"M...Mo...Hoe...Wat doe jij...hier", stamelt Bling-Bling.
"Ik ben op spokenjacht", zegt Mo. "En ik heb mijn spook gevonden".
Dan moet Bling-Bling lachen.
"Vertel eens Bling. Waarom ben jij spook geworden?"vraagt Mo.
Bling-Bling de witte Kroelio vertelt: " Nou Mo. Ik wandel hier een beetje in de buurt.  Ineens begint er een van die stoom-bronnen te borrelen en te sissen. Ik blijf stilstaan. Ik zie niks meer. Alles is mistig. Een paar Tippies hebben mij gezien. Ze vallen op de grond en roepen.
"Oh grote geest wat wenst u".
Ik zou wel een paar wolkenhapjes lusten. Dat zeg ik dan ook tegen deze Tippies. Even later liggen er hapjes bij de bron". Bling-Bling kan niet ophouden met lachen.
"Schitterend toch Mo. Als ik voor spook speel krijg ik de lekkerste hapjes.Ha ha" , schatert Bling.
"Hmmm...ik denk dat Pivo en de Tippies dat niet zo leuk vinden", zegt Mo. Bling-Bling springt op.
"Wat ben jij een spelbreker zeg. Ik vindt het wel leuk. Basta", schreeuwt Bling-Bling tegen Mo.
Mo haalt zijn schouders op en draait zich om.
"Je moet het zelf maar weten", zegt Mo. Dan loopt hij terug naar het dorpje. Bling-Bling kijkt hem boos na.
Pivo verstopt zich weer achter een bosje. Hij heeft alles gehoord.

Pivo loopt boos terug naar het dorp. Pivo gaat bij alle Tippies op bezoek. Hij vertelt ze wat hij gehoord en gezien heeft. Hij zorgt ervoor dat Mo niets te weten komt. Mo weet wie het spook is. En Mo heeft niets tegen de Tippies gezegd.
Mo ligt te slapen. Als het weer avond wordt komen de Tippies bij elkaar. Ze hebben geen hapjes en drankjes meer voor het spook.
Pivo fluistert:"Kom we gaan. Stilletjes hoor. Maak Mo niet wakker".
Mo heeft niets gehoord. Hij slaapt gewoon verder. Zachtjes sluipt de Tippie-Tippie stam het dorpje uit. Niet veel later is de stam bij de Borrelende Bron aangekomen. Ze blijven staan. En wachten af.
Ondertussen in het dorpje is Mo toch wakker geworden. Hij loopt naar buiten. Hij ziet niemand. Het dorp is verlaten.
"Waar zouden Pivo en zijn vriendjes zijn?' mompelt Mo. Dan hoort hij de Borrelende Bron sissen.
Ineens weet hij waar de Tippies zijn. Mo gaat op weg.

De Borrelende Bron begint te borrelen en te sissen. Er komt veel mist en rook uit de Bron. Vanachter de Bron verschijnt het spook Bling-Bling. De geest kijkt rond. Hij ziet geen lekkere hapjes of drankjes. Pivo en de Tippi-Tippi stam blijven staan kijken naar het spook. Ze bewegen niet.
"Wat...geen hapjes?"sist Bling-Bling de geest.
"We hebben geen hapjes meer...alles is op", schreeuwt Pivo. De Borrelende Bron begint nu nog harder te sissen en te stomen. Alle Tippies vallen op hun knieën van schrik. Behalve Pivo.
"De Bron is boos...echt heel boos", schreeuwt het spook.
Dan roept Pivo: "JA...we zullen de geest van Oen in de Borrelende Bron gooien. Dan zal de Bron niet meer boos zijn".
De Tippi-Tippi stam staat op. Met zijn allen rennen ze op Bling -Bling af. De geest van Oen maakt dat ie wegkomt. De Tippies geven niet op. Ze blijven Bling achtervolgen. Dan hebben ze Bling-Bling te pakken. Langzaam slepen ze hem naar de Borrelende Bron.
"NEEEE...niet doen", roept de witte Kroelio.

Mo is ook bij de Bron aangekomen. Bling-Bling ziet Mo.
"Mo help ze willen mij in de bron gooien", roept hij naar Mo. Mo loopt naar de Bron toe. Hij gaat voor Pivo en de Tippie staan.
"Toe Pivo. Bling-Bling bedoelt het niet zo kwaad", zegt Mo.
"Ik zal het nooooooooit meer doen...echt ...echt waar", schreeuwt Bling.
Pivo zegt niets. Ondertussen hebben de Tippies Bling-Bling op de rand van de Borrelende Bron geduwd.
"Nee...nee...nee", jammert Bling.
"Hoe kan ik het goed maken...nnee...niet doen".
"We nemen hem mee naar het dorp. Daar zullen wij een straf voor hem bedenken", zegt Pivo.
Zo wordt Bling-Bling meegenomen naar het dorp van de Tippi-Tippi stam.
Mo loopt achteraan. Hij is benieuwd wat de straf zal zijn.

In het dorp aangekomen wordt Bling-Bling in een van de huisjes gestopt. Voor de deur van het huisje staat een van de Tippies op wacht. De gevangene kan zo niet ontsnappen.
De Tippi-Tippi stam gaat weer in een kring zitten. Ze praten met elkaar over de geest van Oen.
Over Bling -Bling en nog een paar zaken. Mo staat op een afstandje te kijken. De stam praat tot dat het avond wordt. Dan wordt Bling-Bling uit het huisje gehaald.
"We gaan naar de heuvels van Oen", roept Pivo.
"Neem de gevangene mee", wijst Pivo naar Bling-Bling. De witte Kroelio kijkt naar de wolkengrond. Hij durft niets te zeggen. Daar gaat de stoet, naar de Woestenij. Mo loopt mee. Hij weet niet wat er gaat gebeuren.

Als ze bij de heuvels aangekomen zijn wordt Bling-Bling los gelaten. Pivo gaat voor hem staan.
"Zo spook...dit is je straf. Je gaat drie avonden voor ons de kleuren van de wind vangen".
"Eeuh...ik weet niet hoe ik dat moet doen", fluistert Bling-Bling.
"We zullen het één keer voor doen", zegt Pivo.
Even later zitten Mo en de Tippi-Tippi stam op de wolkengrond. Ze kijken hoe Bling-Bling de kleuren van de wind probeert te vangen. Hij brengt er niet veel van terecht. De Tippies rollen om van het lachen. Ook Mo moet er om lachen. Alleen...Bling-Bling lacht niet.
Eigen schuld dikke bult...


Gelukkig
Het was geen echt spook.
Die Bling-Bling.
Die heeft zijn lesje wel geleerd
Denk ik




Joepdoei en de mazzel

Djek


zaterdag 24 november 2018

De Bewaarwolk 2



Hallo fans
Daar gaan we weer. 
Even denken. 
Mo en Elsje gaan op zoek naar de Tutters. 
Ja...daar waren we gebleven.
Spannend!!!!!



De Bewaarwolk 2


Mo en Elsje gaan op pad. Ze zwaaien nog een keer naar Klad. Daarna verdwijnen ze in de Lage Nevelwouden.
Uur na uur dwalen Els en Mo door de Nevelwouden. Geen zwevend dorp te zien. Els laat zich op de wolkengrond vallen.
"Mo, ik kan niet meer. Ik ben bekaf. Ik blijf hier tegen deze boom zitten", zucht Elsje. Mo gaat naast haar zitten. Hij is ook moe.
"Hmmm...de vorige keer was het dorpje sneller gevonden. Toen was ik wel verdwaald", mompelt Mo.
"Ik weet het", roept Mo ineens. "We moeten eerst verdwalen".
"Nee...nee...we moeten eerst uitrusten", zucht Els.
"Ook goed", zegt Mo. Hij laat zich languit op de wolkenbodem vallen. 
Even later is het tweetal in slaap gevallen.


"Tutterdetut...tutter".
Heer Tut van de Toren
Mo wordt langzaam wakker. Wie staat daar nu te tutteren? Hij kent de stem ergens van. Mo doet zijn ogen open en kijkt recht in het gezicht van Heer Tut van de Toren. Heer Tut is de belangrijkste Tutter van de Tutters.
"Goedemorgen...Heer Tut",geeuwt Mo. 
"Tutter...goedemorgen? ...tut...het is al middag hoor...slaapkop", tuttert Heer Tut. Ondertussen is Elsje ook wakker geworden. Ze kijkt verbaasd naar Tut.
"Ben jij...een... Tutter ", stamelt Elsje.
Met een ruk draait Heer Tut zich om. Hij kijkt Elsje aan.
"Wie ben jij?" vraagt de Torentutter."Je lijkt erg veel op meis Lola". ( zie De Torentutter in deze blog). 
"Nee, ik ben Elsje. Ik kom van de planeet Truuk. En ik zoek de Bewaarwolk. Weet jij waar die is?"vraagt Els. Verbaasd kijkt Heer Tut naar de kleine heks.
"Hmmmm...tutje...een heksje van Truuk...een Bewaarwolk...tutter", tuttert Heer Tut weer. 
"Dat moet ik...tut... even opzoeken in mijn boeken. Ze liggen in mijn toren...tutter...kamer.", zegt Tut.
"Ja", zegt Mo. "Maar waar is het zwevende dorpje Tutjebol? We kunnen het niet vinden".
"Natuurlijk...tut...weet ik wel waar het dorpje zweeft...tutter. Het ...tutje...is hier vlakbij. Loop mij maar achterna". Heer Tut loopt recht een wolkenbosje in. Mo en Els kijken elkaar aan. Dan gaan ze snel achter de Torentutter aan. 

Ze lopen over bospaadjes en kruipen onder wolkenbosjes door.
Vliegensvlug achter de Tutter aan. Ineens komen ze op een open plek.En ja... daar zweeft het dorpje Tutjebol. Het lijkt op een tros druiven...maar dan op z'n kop. In de bovenste bol woont Heer Tut van de Toren. Even later zijn ze in de bol van Tut. Heer Tut gaat zijn boeken zoeken.
"Tutterdetutterdetut...waar is dat boek nou...Tutter", tuttert Tut.
Mo en Elsje kunnen over bijna heel Kroelonia kijken. Zo hoog zitten ze. 
"AHA...Tut", roept Tut. Hij heeft een heel oud boek in zijn voorpootjes. Hij bladert snel door het boek.Hij kan niets vinden over een Bewaarwolk.
"Tutterdetut...Elsje...ik denk...tut...dat de wolk niet bestaat...Tutter", vertelt Heer Tut van de Toren.
"Volgens de bewaardoos wel...",zegt Els. Ze haalt de doos uit haar zak. Ze tikt weer op het ding en de kaart verschijnt. Heer Tut kijkt verbaasd naar Elsje. 
"Tovenarij...tut...kan niet anders", mompelt hij. Els laat het ding aan Tut zien.
"Daar bij dat rode ballonnetje moeten we zijn", zegt ze.
Bewaardoosje

"Wolken...tut...waterval...Tut", mompelt de Torentutter.
"Die weet ik", roept hij ineens. "Die is bij...tut...het tuuter...Dromenmeer". 
"Ja maar hoe komen we daar?"vraagt Mo. 
"Tutters de tut...ik wijs de weg Tut", roept de Tutter weer. Tut gaat achter een tafel zitten met een televisie erop. Hij drukt op wat knoppen. ineens begint het dorpje Tutjebol te trillen. Mo de Kroelio en Elsje van Truuk kijken elkaar verbaasd aan. 
"Ja, ja ...Tutters...ik kan ook een beetje toveren", gniffelt Tut van de Toren.
Langzaam maar zeker zweeft het dorp naar de WolkenWaterVal.  Mo en Els kijken hun ogen uit. Zoiets hebben ze nog nooit gezien.

Vlakbij de WolkenWaterVal blijft het dorpje Tutjebol hangen. Mo, Els en Tut komen uit de zwevende druiventros. 
"Meis Els van Truuk...tutter...mag ik de tekening...tut...nog een keer zien?"vraagt Tut.  Elsje haalt het bewaardoosje uit haar zak.  Ze laat het aan Tut zien. "Hmmm...tut...hmmm...komt niet bekend voor...Tutterdetut", mompelt Tut. Dan lopen ze achter de waterval naar binnen. 
"Hier zou het moeten zijn", zegt Elsje.Maar er is niets te zien. Hoe kan dat? 
Zou de toverdoos toch niet weten waar de Bewaarwolk is? Mo denkt diep na. Hij krijgt weer een rimpel boven zijn ogen. 
"Kun je hier naar beneden?"vraagt Mo. Nu moet Heer Tut van de Toren diep nadenken. Ook hij krijgt een rimpel boven zijn ogen. 
WolkenWaterVal
"Tut...nu dat je het...tutter...zegt. De Dromenbrouwers...tut...
gaan wel eens naar...beneden.Helemaal naar de bodem...tutterdetut...van het Dromenmeer...tutje", zegt Tut. Ineens begint hij rond te rennen.
"Het ...tut...moet hier... ergens zijn...tutje", roept de Torentutter.  Niemand snapt wat hij bedoelt. 
Mo loopt met zijn voorpootjes langs de muur. Hij kan niet veel zien.Het is een beetje donker achter de WolkenWaterVal. Plotseling begint er iets te zoemen. Er verschijnt een gat in de muur. Mo springt achteruit. Hij is erg geschrokken. Tut staat aan de grond genageld. Hij durft zich niet te bewegen. Elsje kijkt in het gat. 
"Hee Mo...hier is een trap helemaal naar beneden.Denk ik", roept Els.
"Tja ...dan zullen we naar beneden moeten...ben ik bang", mompelt Mo. En Mo is echt bang. hij durft eigenlijk niet zomaar in het donker op een trap te lopen. 
Elsje haalt haar toverzuurstok tevoorschijn. Ze zwaait ermee door de lucht. 
"KOMO...Lumienierie...", roept de kleine heks. Dan verschijnt er een lichtgevend bolletje boven haar hoofd. 
"Kom jongens we gaan", lacht Els.
"Tutterdetut...nee neen nee tut...wij Tutters zijn bang...tut in het donker...tutje .
En het dorp moet...tut...weer verder...tutten...sorry". En weg is de Torentutter. 
Elsje haalt haar schouders op en loopt naar de trap. Vlug loopt Mo haar achterna. Het lichtbolletje laat zien waar Elsje is. Ze is al een eindje naar beneden gelopen.

Het lijkt erop of er geen einde komt aan de trap. Mo loopt nog steeds achter Elsje en het lichtgevende bolletje aan. Hij is een beetje draaierig geworden.
En dan...ineens staan ze beneden op de bodem van het Dromenmeer. Het is nog steeds pikkedonker. Els laat het lichtbolletje een eindje vooruit vliegen. 
"Ja, daar is een gang", wijst de kleine heks. Mo loopt dicht achter Elsje aan.
Ze lopen een bocht om en...daarachter lijkt een lichtje te branden. Sneller en sneller lopen ze naar het licht. Dan stappen ze in een hoge kamer.  
Ingang Bewaarwolk.
Recht vooruit zien ze een grote ronde ijzeren deur. 
Elsje loopt naar de deur.  Er zit een groot wiel op de deur. Ze probeert aan het wiel te draaien. Het gaat niet. Mo gaat haar helpen. Ze hangen allebei aan het wiel. Geen beweging.
"HALT...WIE BENT U. WAT KOMT U DOEN? "
de Bewaak-robot
Mo en Els schrikken zich een hoedje. Ze vallen pardoes op de grond. Voorzichtig kijken ze om. Daar staat een ijzeren man. Een robot. Waar komt die ineens vandaan? De robot gaat tussen Els, Mo en de ijzeren deur staan. 
"HALT...WIE BENT U. WAT KOMT U DOEN?" zegt de robot weer. 
"Ik ben Els van de planeet Truuk. Ik wil naar de bewaarwolk", roept Elsje tegen de robot. Even is het stil.
"WACHTWOORD", antwoordt de robot. Mo kijkt Elsje aan. 
"Wat voor woord?" fluistert hij. 
"Wachtwoord", fluistert Els terug. Mo kijkt haar vragend aan. Hij snapt er geen sikkepit van. 
"Als we het goede woord raden...mogen we naar binnen...anders niet", fluistert de kleine heks. Mo haalt zijn schouders op. Hij weet geen woord. 
"Ik weet wel wat...ssst", fluistert Els weer. Ze pakt haar toverzuurstok stevig vast. Ze mompelt een paar toverwoorden. Opeens gaat de robot opzij staan. Het grote wiel op de ijzeren deur begint te draaien. Dan...klik. De grote deur zwaait open. 
"TREEDT BINNEN", zegt de robot. Hij wijst naar de grote deur. Langzaam lopen Elsje en Mo naar binnen. 

Achter de deur is een nog grotere kamer. Deze kamer is heel hoog. Hele hoge muren vol met lades. Ieder laatje zit vol met...tja met wat? Sommige laatjes hangen open. Helemaal bovenin vliegen er kleine ronde robots met grijparmen en een groot oog. Verbaasd staan Mo en Els te kijken. 
"Heee...hallo". Mo kijkt nu recht vooruit.  In de verte komt een robot aangewandeld. Hij steekt zijn hand op en zwaait naar Mo en Elsje. Even later staat de robot bij hen. 
"Welkom...welkom in de Bewaarwolk. Mijn naam is Droon. Wat willen jullie weten?"zegt de robot vriendelijk. 
"Ik ben een foto kwijt", zegt Elsje verlegen. 
"Hmmm...welk nummer heeft de bewaardoos", vraagt Droon. 
"Als ik het nummer weet, weet ik waar ik moet gaan zoeken".
"Ik weet het niet". Elsje haalt haar schouders op. Ze laat Droon het doosje zien. Maar er staat geen nummer op. Ze vertelt over de tovenaars  Sam en Soen. Die
Droon
zullen het nummer wel weten. Even later zit Droon achter zijn computer. Daar verschijnen Sam en Soen op het scherm. Verbaasd kijken de tovenaars naar Elsje. 

"Hee...Els ben jij in de Bewaarwolk?",zegt Soen.
"Ja...ik ben op zoek naar een foto. Droon wil graag het nummer weten van de bewaardoos", vertelt de kleine heks. 
"Eens even denken", zegt Sam. "Ja...dat moet de N8 zijn". 
"Dank je wel", zegt Droon. Hij staat op en gaat op zoek naar de verloren foto.
Soen en Sam kijken nog eens naar Elsje.
"Zeg Elsje. Hoe ben jij daar binnen gekomen?"vraagt Sam.
"Ja...ken jij het wachtwoord?"vraagt Soen. 
"Nee". Antwoordt Els. Ze lacht en zegt. "Ach ja...een beetje tovenarij hé...".
Op dat moment komt Droon binnen met de foto.
"WAT...BINNEN ZONDER WACHTWOORD", roept Droon ineens. Boos drukt hij op een knop bij de computer. Opeens begint er van alles te tuuten en lichtflitsen schieten door de kamer. 
"GRIJP ZE ", krijst Droon. De vliegende ronde robots met grijparmen komen naar beneden.
"Niet doen Droon...NIET DOEN", roepen de twee tovenaars uit de computer.
Vliegende bewaak-robot.

Maar Droon  zet de computer uit. Mo staat angstig om zich heen te kijken. Wat nu? De kleine heks grist de foto uit de grijpers van Droon. Ze rent naar Mo. 
"Kom Mo... rennen", roept ze. Mo rent snel achter haar aan een gang in. De vliegende bollen zitten vlak achter het tweetal.Vlug de bocht om. En dan houdt de gang op. Alleen nog maar muren.
"Vlug Mo...pak mijn jurk vast", schreeuwt Elsje. Ze heeft haar tover-zuurstok al in haar hand. Ze begint snel met de zuurstok te zwaaien. De ronde robots zijn nu heel dichtbij. De grijparmen beginnen al te grijpen.
"ESCAPE VITE", roept de kleine heks. POEFFF...weg is het tweetal. De grijpers grijpen mis.

POEFF
Daar zijn Elsje en Mo weer. Ze kijken om zich heen. 
"Waar heb je ons naar toe getoverd?" vraagt Mo.
"Dat weet ik eigenlijk niet", zegt Els. Overal wolken-zand Het lijkt wel een woestijn. 
"OOOh..ik weet het al ", zegt de kleine heks. 
"Hier heb ik samen met Oran de Wolkendraak getoverd", wijst Elsje. (Zie de Wolkendraak). 
"Dit is de Woestenij, vlakbij de heuvels van Oen. Nu zie ik het ook", zegt Mo.
"Klopt. Ik heb mijn foto terug. Tot ziens Mo", zwaait Elsje.
POEFFF
Weg is de kleine heks. Verbaasd kijkt Mo rond. Nee ze is echt weg. Je weet maar nooit. 
"Had ze me niet even naar het Hemelse Plein kunnen toveren.Nu moet ik helemaal lopen", moppert Mo.
"Weet je wat. Ik ga maar eens naar Pivo en de Tippie-Tippie stam. Ook leuk", zegt Mo. Hij draait zich om en begint te lopen. Naar de stapelwolkenvlakte.



Lijkt me wel handig zo'n toverdoos.
Maar ja...het blijft toveren.
En toveren kan gevaarlijk zijn.
Voordat je het weet zit je aan zo'n doosje vastgegroeid.
Wat dan?


Joepdoei en de mazzel

DJEK